ECLI:NL:HR:2010:BL5650
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag onroerendezaakbelasting verzorgingshuis en toerekening grond aan woondelen
Belanghebbende, gebruiker van een verzorgingshuis te Z, kreeg voor 2006 een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Epe. Na bezwaar en beroep werd de aanslag verminderd door de Rechtbank Zutphen en bevestigd door het Hof Arnhem. Het geschil betrof de vraag welk deel van de omliggende onbebouwde grond aan de woondelen van het verzorgingshuis kon worden toegerekend volgens artikel 220f, lid 8, Gemeentewet.
Het Hof onderscheidde tussen 'projectiegrond' (1,5 maal bebouwde oppervlakte) en overige omliggende grond, waarbij het Hof de gehele omliggende grond als hoofdzakelijk dienstbaar aan woondoeleinden aanmerkte. De Hoge Raad stelt dat de ondergrond van de opstal onlosmakelijk verbonden is en naar verhouding van de waarde aan woondelen moet worden toegerekend. Voor onbebouwde grond geldt als regel dat deze in dezelfde mate dienstbaar is als de opstal, tenzij specifieke delen nauw samenhangen met woondoeleinden.
Omdat de woondelen minder dan 70% van de opstal vormen, kan de omliggende onbebouwde grond in beginsel niet hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Het Hof heeft daarom een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd. De Hoge Raad verklaart het incidentele beroep ongegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Kostenveroordeling in cassatie wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.