ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1474
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing aandelenopties bij toekenning ondanks ontbindende voorwaarde
Belanghebbende kreeg aandelenopties toegekend die pas na een vaste termijn konden worden uitgeoefend en die vervielen bij ontslag. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op wegens het niet aangeven van deze opties in de belastingaangifte over 2003.
De rechtbank oordeelde dat het belastbare moment van de opties het moment van toekenning is, omdat de vaste termijn onvoorwaardelijk verloopt en het verval bij ontslag slechts invloed heeft op de waarde, niet op het tijdstip van belastbaarheid. De inspecteur had een nieuw feit voor navordering, omdat hij pas in 2007 kennis kreeg van de optieregeling.
Het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur nooit een standpunt innam over de fiscale behandeling van de opties. De verklaring vrijwillige verbetering werd niet erkend omdat belanghebbende wist of had moeten weten dat de inspecteur op de hoogte zou komen.
De boete van 50% wegens opzet werd passend bevonden, maar gematigd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd, de vergrijpboete wordt verminderd tot € 4.087 en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.