ECLI:NL:RBBRE:2011:BU1599
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt bindendheid vaststellingsovereenkomst en toekent schadevergoeding na fiscale geschillen over depotafwikkeling
Belanghebbende heeft zijn onderneming verkocht en een deel van de verkoopsom gestort op een depot bij de notaris. Over de fiscale afwikkeling van dit depot is een vaststellingsovereenkomst gesloten met de inspecteur, die de rechtbank bindend acht. De rechtbank komt hiermee terug op een eerder oordeel van de voorzieningenrechter.
De rechtbank vernietigt de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2010 en de voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2010, en vermindert de aanslag naar een belastbaar inkomen van € 2.792. Tevens wordt een schadevergoeding toegekend voor kosten die belanghebbende heeft moeten maken door onrechtmatige invorderingsmaatregelen.
De rechtbank oordeelt dat de kosten die belanghebbende in 2008 maakte in verband met de civiele procedure over het depot niet in dat jaar fiscaal in aanmerking kunnen worden genomen, omdat de procedure toen nog niet definitief was afgewikkeld. De vaststellingsovereenkomst bepaalt dat alle uitbetalingen en kosten fiscaal in aanmerking worden genomen in het jaar van afwikkeling.
Verder wordt het beroep ontvankelijk verklaard ondanks termijnoverschrijding, vanwege een onjuiste rechtsmiddelverwijzing door de inspecteur. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en vergoedt het griffierecht. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt en vermindert de voorlopige aanslagen 2010, bevestigt de vaststellingsovereenkomst en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige invorderingsmaatregelen.