ECLI:NL:RBBRE:2010:BM9981
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting aftrekbaarheid betalingen winstdelingsregeling en melkquotum bij verkoop melkveebedrijf
Belanghebbende nam in 1992 het melkveebedrijf van zijn overleden vader over, inclusief het melkquotum dat fiscaal geruisloos werd doorgeschoven. Bij verkoop van het melkquotum in 2000 en afkoop van een winstdelingsregeling met zijn zussen ontstond discussie over de aftrekbaarheid van de aan hen betaalde bedragen.
De rechtbank stelt vast dat de betalingen aan de zussen betrekking hebben op de waardeaangroei van het melkquotum die bij vader was doorgeschoven. Volgens de Hoge Raad moet belanghebbende bij verkoop afrekenen over de doorgeschoven stakingswinst. Aftrek van de doorbetaalde bedragen zou dit verhinderen, wat strijdig is met de jurisprudentie.
Ook de indexatie van de winstdelingsregeling wordt niet als zakelijk beschouwd en is daarom niet aftrekbaar. Voor zover de betalingen betrekking hebben op de grond geldt de landbouwvrijstelling, waardoor de betalingen geen effect hebben op de winst.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de betalingen af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de betalingen aan de zussen af.