ECLI:NL:HR:2004:AO7332
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over fiscale waardering en winstberekening melkquotum bij overdracht en verkoop
Belanghebbende nam in 1995 het aandeel van zijn vader in een agrarische maatschap over, inclusief een melkquotum dat fiscaal werd gewaardeerd tegen nihil. In 1998 staakte hij zijn onderneming en verkocht hij het melkquotum en de gronden. Bij de aangifte bracht hij diverse kosten en betalingen aan zijn vader in mindering op de opbrengst, waaronder een bedrag op grond van een overeenkomst met zijn vader.
Het Hof Leeuwarden oordeelde dat belanghebbende het melkquotum op zijn balans moest opnemen tegen de fiscale boekwaarde van nihil en dat hij slechts belasting verschuldigd was over de daadwerkelijk genoten boekwinst, waarbij het aan zijn vader toekomende bedrag in mindering kon worden gebracht. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van de Resolutie van 1987 de overdrachtswinst van de vader bij de verkoop door belanghebbende moet worden belast voor zover deze winst bij doorverkoop realiseerbaar is. Het bedrag dat belanghebbende aan zijn vader betaalde is slechts aftrekbaar voor zover het betrekking heeft op waardestijging na overdracht. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 813.808.
Het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad legt geen proceskosten aan partijen op. Hiermee wordt de fiscale winstberekening bij overdracht en verkoop van het melkquotum verduidelijkt en de belastingheffing rechtmatig vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 813.808 met toepassing van het bijzondere tarief.