ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ3145
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- M.L. Weerkamp
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete wegens onjuiste aangifte en administratie horecaondernemer
Belanghebbende, een horecaondernemer, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag en boetebeschikking na een boekenonderzoek over de jaren 2000-2002. De inspecteur verwierp de boekhouding wegens onverklaarbare lage brutowinstpercentages en onaanvaardbaar privégebruik, en legde een boete van 50% op wegens (voorwaardelijke) opzet.
De rechtbank oordeelde dat navordering gerechtvaardigd was omdat belanghebbende te kwader trouw was door het bewust niet aanleveren van jaarstukken en het doen van onjuiste aangiften. De bewijslast werd terecht verlegd en verzwaard. Hoewel de inspecteur de correctie van het brutowinstpercentage baseerde op een te hoog percentage, werd deze correctie slechts voor de helft aanvaard, waardoor het belastbaar inkomen werd verlaagd.
Met betrekking tot de boete werd vastgesteld dat belanghebbende zelf verwijtbaar had gehandeld, maar dat de nalatigheid van zijn administrateur niet aan hem kon worden toegerekend. De boete werd gematigd vanwege de onzekerheid over de hoogte van het inkomen en vanwege de overschrijding van de redelijke termijn (undue delay). De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van een deel van de proceskosten.
Uitkomst: Navordering en boete bevestigd wegens kwade trouw, maar correctie inkomen en boete gematigd.