ECLI:NL:HR:2002:AE8364
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1988 wegens onjuiste toepassing navorderingstermijn
Belanghebbende kreeg voor 1988 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een belastingverhoging en heffingsrente. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, maar het Hof vernietigde de navorderingsaanslag en het besluit tot kwijtschelding van de verhoging.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de Inspecteur geen beroep kon doen op de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar zoals bedoeld in artikel 16, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dit omdat de voordelen niet in het buitenland waren opgekomen, en de Inspecteur dit niet had gesteld of bewezen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep en het voorwaardelijke incidentele beroep van belanghebbende ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee bleef het Hofarrest in stand dat de navorderingsaanslag vernietigde wegens het overschrijden van de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt vernietiging van de navorderingsaanslag wegens onjuiste toepassing van de verlengde navorderingstermijn.