ECLI:NL:RBARN:2012:BW3360
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- L.B.M. Klein Tank
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking en vermindering navorderingsaanslag wegens onvoldoende bewijs opzet
Eiser ontving in 2004 een bedrag van €80.691,78 op zijn bankrekening in verband met de aan- en doorverkoop van een woning, zonder dit op te geven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Verweerder legde een navorderingsaanslag en een boete wegens (voorwaardelijk) opzet op. De rechtbank oordeelt dat eiser met zijn werkzaamheden als tussenpersoon aan het economisch verkeer heeft deelgenomen en persoonlijk financieel voordeel heeft behaald.
De rechtbank stelt vast dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan dat het voordeel uit overige werkzaamheden moet worden belast, maar vermindert het voordeel tot de helft van het ontvangen bedrag omdat duidelijk is dat de andere helft aan derden toekwam. Ten aanzien van de boete oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is bewezen dat eiser bewust onjuiste aangifte heeft gedaan of opzet had. De boetebeschikking wordt daarom vernietigd.
De heffingsrente wordt verminderd overeenkomstig de aangepaste aanslag. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraken op bezwaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot €83.291 belastbaar inkomen en de boetebeschikking wordt vernietigd.