ECLI:NL:RBARN:2011:BV3673
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg testamentaire last en toedeling woning in nalatenschap met huurpenningen en dwangsommen
In deze civiele zaak tussen erfgenamen staat de uitleg van een testamentaire last centraal, waarin bepaald is dat het onroerend goed slechts met toestemming van beide erfgenamen mag worden verkocht. De vraag was of een koopovereenkomst gesloten door een erfgenaam vóór de eigendomsoverdracht leidt tot onterving. De rechtbank beantwoordt dit ontkennend, verwijzend naar eerdere arresten die de toedeling van de woning aan de gedaagde bevestigen.
Daarnaast is er discussie over de zuivere aanvaarding van de nalatenschap door de erfgenaam van de overleden mede-erfgenaam, mede vanwege het incasseren van huurpenningen. De rechtbank houdt de beslissing hierover aan, omdat inzage in bankmutaties noodzakelijk is. Verder zijn vorderingen tot betaling van rente, huurpenningen en dwangsommen aan de orde. De rechtbank wijst de rentevordering af wegens gebrek aan rechtsgrond en verwerpt de dwangsommen omdat de betreffende woonruimte verhuurd was.
De rechtbank bevestigt dat de woning aan de gedaagde moet worden toegedeeld volgens het arrest van het hof van 12 mei 2009 en dat de testamentaire last blijft gelden. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere stukken over huurpenningen en kosten. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De koopovereenkomst leidt niet tot onterving en de woning wordt aan de gedaagde toegedeeld; overige vorderingen worden aangehouden of afgewezen.