ECLI:NL:RBARN:2004:AO5086
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid civiele schadevordering van universiteit tegen ambtenaar wegens doorkruising publiekrechtelijke regeling
De Universiteit vorderde van voormalig hoogleraar X een bedrag van €113.212,94 wegens inkomsten die hij tijdens detachering bij Bird Engineering had ontvangen. X was ambtenaar en had een pré-FPU-regeling waarbij neveninkomsten waren toegestaan. Na een disciplinaire ontslagmaatregel en bezwaarprocedure vorderde de Universiteit civielrechtelijk schadevergoeding van X.
De rechtbank stelde vast dat de Universiteit geen contractuele aanspraak had op de inkomsten van X uit de detacheringsovereenkomst met Bird en dat de vordering niet gebaseerd kon zijn op toerekenbaar tekortschieten in de zin van het burgerlijk recht, omdat X ambtenaar was. De vraag was of de Universiteit mocht kiezen voor een civiele weg in plaats van een publiekrechtelijke procedure.
De rechtbank oordeelde dat de privaatrechtelijke vordering de publiekrechtelijke regeling, waaronder de Ambtenarenwet en de CAO Nederlandse Universiteiten met een restrictieve schadevergoedingsregeling, onaanvaardbaar doorkruist. De Universiteit had eerst een publiekrechtelijk besluit moeten nemen en daarna eventueel bestuursrechtelijke procedures kunnen voeren.
Daarom verklaarde de rechtbank de Universiteit niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelde haar in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van het publiekrechtelijke karakter van de ambtenarenrechtelijke verhouding en de bijzondere bescherming van ambtenaren bij schadevorderingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Universiteit niet-ontvankelijk in haar civiele vordering tot schadevergoeding tegen de ambtenaar.