Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Public Prosecutor at the Paris Tribunal Judiciaire (civil court), Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Paris Tribunal judiciaire (civil court)van 2 december 2025, met referentie 22237000542.
4.Strafbaarheid
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
Parquet National Anti-Criminalite Organisee- Team internationale rechtshulp heeft op 13 maart 2026 de volgende garantie gegeven:
In antwoord op uw aanvraag van 10 maart 2026, heb ik de eer u te informeren dat overeenkomstig het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 - 2002/584/JAI betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, ik u hierbijde garantie verleen dat [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats], indien hij ingevolge de onderhavige procedure definitief wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf vanwege de strafbare feiten die de aanleiding vormden tot het Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het parket van Parijs op 2 december 2025 zijn straf, of zijn straffen, zal kunnen uitzitten in Nederland, waarvan hij een staatsburger is.
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9 OLW Pro: ne bis in idem
(…)
Negen maanden gevangenisstraf (…)
zich ten minste sinds januari 2022” heeft bezig gehouden met het feit waarvoor hij is veroordeeld, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet meer dan dat niet exact kon worden vastgesteld wanneer de op 21 januari 2022 in Barcelona in beslag genomen vaten met 3-MMC door de opgeëiste persoon en zijn mede-veroordeelde zijn geïmporteerd. Dit betekent geenszins dat de veroordeling ziet op een periode die (ruim) voor januari 2022 is aangevangen, laat staan dat de veroordeling ziet op de periode van (ruim) na 21 januari 2022. Voor dit laatste biedt het Spaanse vonnis geen enkel aanknopingspunt nu daaruit geenszins blijkt dat ná de inbeslagname op 21 januari 2022 nog andere strafbare feiten zouden zijn gepleegd. Er is aldus geen overlap met de gehele in het EAB genoemde periode en de strafbare feiten die binnen die periode mogelijk hebben plaatsgevonden.
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- het onderzoek is in Frankrijk aangevangen;
- de bewijsmiddelen bevinden zich in Frankrijk;
- in Frankrijk zijn verdovende middelen in beslag genomen;
- er zijn verdovende middelen in Frankrijk ingevoerd;
- de medeverdachte wordt in Frankrijk vervolgd.
- de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele internationale dimensie daarvan of de omstandigheid dat het feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie;
- de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken;
- de locatie van de slachtoffers;
- de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen;
- en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat.
8.Artikel 11 OLW Pro: Franse detentieomstandigheden
the national public prosecutor to combat organized crimede volgende informatie verstrekt:
Parquet National Anti-Criminalité Organiséede volgende informatie verstrekt:
Dorobantu. De raadsman heeft de rechtbank subsidiair verzocht de behandeling aan te houden om aan de Franse autoriteiten een viertal door de raadsman geformuleerde vragen te stellen over de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon na zijn overlevering.
,vast dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst in een eenpersoonscel met een vloeroppervlakte van 9 tot 10 m2. Uit de aanvullende informatie van 30 maart 2026 blijkt dat, in het geval de rechter in Frankrijk na de overlevering besluit de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis te plaatsen,
zijn plaatsing in afzonderingzal worden bevolendoor de onderzoeksrechter(onderstreping door de rechtbank). De rechtbank is op grond van deze aanvullende informatie van oordeel dat er geen onzekerheid bestaat over de vraag in welk detentieregime de opgeëiste persoon zal worden geplaatst en over de vraag hoeveel persoonlijke ruimte de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in de penitentiaire inrichting Paris-la-Santé. Uit de voornoemde aanvullende informatie volgt immers dat er maar twee mogelijkheden bestaan: ofwel de opgeëiste persoon wordt niet in voorlopige hechtenis geplaatst en mag zijn proces in vrijheid afwachten, ofwel de onderzoeksrechter bepaalt dat de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis wordt geplaatst, waarbij deze rechter zal bevelen dat hij in een eenpersoonscel met een oppervlakte van 9 tot 10 m2 wordt geplaatst. In dat laatste geval zal de opgeëiste persoon over voldoende persoonlijke ruimte beschikken. De mededeling van de Franse autoriteiten dat geen concrete garanties kunnen worden gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken, is gelet op het vorenstaande dan ook niet meer van belang. Hetzelfde geldt voor de bezettingsgraad in Paris-la-Santé.
9.Borgsom
10.Slotsom
11.Toepasselijke wetsartikelen
12.Beslissing
[opgeëiste persoon]voor zover het EAB betrekking heeft op de vervolging van de opgeëiste persoon voor de handel in en distributie van 10 vaten 3-MMC met een bruto gewicht van 134 kg, die op 21 januari 2022 in beslag zijn genomen in Barcelona.
[opgeëiste persoon]aan
the Public Prosecutor at the Paris Tribunal Judiciaire (civil court)(Frankrijk), voor de overige feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.