Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Procureur de la République at the Tribunal Judiciaire of Paris, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak van 3 maart 2026
4.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden
“wij willen u erop wijzen dat, indien de heer (…) in voorlopige hechtenis zou worden geplaatst, zijn plaatsing in afzondering zal worden bevolen door de onderzoeksrechter”. Hieruit kan worden afgeleid dat over de plaatsing van de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis, waarvan de toegang tot een persoonlijke ruimte van 9 tot 10 m2 afhangt, nog geen zekerheid bestaat. De aanvullende informatie bevat dan ook geen garantie ten aanzien van de persoonlijke ruimte waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat, als de voorlopige hechtenis wel wordt bevolen en de opgeëiste persoon in isolatie zal worden geplaatst, dit het geval gaat zijn voor zeer lange tijd, hetgeen in strijd is met artikel 5 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, na een korte periode in voorlopige hechtenis, alsnog wordt gedetineerd in het reguliere detentieregime, waarin sprake is van overbevolking. Hierbij dreigt een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) en artikel 3 EVRM Pro. De overlevering moet worden geweigerd en het openbaar ministerie moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om aanhouding om aanvullende vragen te stellen aan de Franse autoriteiten.
Fleury-Mérogisniet aan overlevering in de weg staan. De door de Franse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie neemt het gevaar voor de opgeëiste persoon weg. Uit de aanvullende informatie van 30 maart 2026 volgt dat in het geval de voorlopige hechtenis van de opgeëiste persoon wordt bevolen, de plaatsing in de eenpersoonscel van 9 tot 10 m2
“zal worden bevolen door de onderzoeksrechter”. Daarover bestaat dus geen onzekerheid. De opgeëiste persoon zal beschikken over voldoende persoonlijke ruimte in het geval hij in voorlopige hechtenis wordt geplaatst. Artikel 11 OLW Pro staat niet aan de overlevering in de weg.
Fleury-Mérogis,vast dat de opgeëiste persoon na overlevering voor een observatieperiode van vier tot twaalf dagen in een cel in de afdeling voor nieuwkomers zal worden geplaatst in een eenpersoonscel met een vloeroppervlakte van 9 tot 10 m2. Na afloop van die observatieperiode wordt een plaatsingsbeslissing genomen. De rechtbank stelt op grond van de aanvullende informatie van 30 maart 2026 voorts vast dat, in het geval de rechter in Frankrijk na de overlevering besluit de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis te plaatsen,
zijn plaatsing in afzonderingzal worden bevolendoor de onderzoeksrechter(onderstreping door de rechtbank). De rechtbank is op grond van deze aanvullende informatie van oordeel dat er geen onzekerheid bestaat over de vraag in welk detentieregime de opgeëiste persoon zal worden geplaatst en over de vraag hoeveel persoonlijke ruimte de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken in de detentie-instelling
Fleury-Mérogis. Uit de voornoemde aanvullende informatie volgt immers dat er maar twee mogelijkheden bestaan: ofwel de opgeëiste persoon wordt niet in voorlopige hechtenis geplaatst en mag zijn proces in vrijheid afwachten, ofwel de onderzoeksrechter bepaalt dat de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis wordt geplaatst, waarbij deze rechter zal bevelen dat hij in een eenpersoonscel met een oppervlakte van 9 tot 10 m2 wordt geplaatst. In dat laatste geval zal de opgeëiste persoon over voldoende persoonlijke ruimte beschikken. De mededeling van de Franse autoriteiten dat geen concrete garanties kunnen worden gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken, is gelet op het vorenstaande dan ook niet meer van belang.
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsartikelen
7.Beslissing
[de opgeëiste persoon]voor zover het EAB betrekking heeft de vervolging van de opgeëiste persoon voor de handel in en distributie van 10 vaten
[de opgeëiste persoon]aan de
Procureur de la République at the Tribunal Judiciaire of Paris, Frankrijk, voor de overige in het EAB onder e) omschreven feiten.