De Portugese autoriteiten hebben een Europees Bevriezingsbevel (EBB) uitgevaardigd voor bevriezing van tegoeden op een Nederlandse bankrekening van klager ter zake een strafrechtelijk onderzoek. De Nederlandse autoriteiten hebben het saldo van €18.340,- bevroren en in beslag genomen.
Klager stelde dat de formaliteiten niet correct waren nageleefd, met name dat hij niet onverwijld was geïnformeerd over het beslag en de beschikbare rechtsmiddelen, en dat de bevoegdheid tot uitvoering van het EBB niet rechtmatig was toegepast omdat klager te goeder trouw was. De officier van justitie erkende het gebrek aan onverwijlde kennisgeving maar verzocht het klaagschrift ongegrond te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het beginsel van wederzijdse erkenning van het EBB beperkt ruimte laat voor toetsing door de uitvoerende autoriteit. De formele vereisten waren grotendeels nageleefd, en het niet onverwijld informeren leidde niet tot niet-ontvankelijkheid. De inhoudelijke toetsing van verhaalsfrustratie is voorbehouden aan de Portugese rechter en valt buiten de beoordelingsmarge van de Nederlandse rechtbank.
Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaafde het beslag. De beslissing werd op 24 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.