ECLI:NL:RBAMS:2026:305

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
13-252027-25 (tussenuitspraak)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over Europees Aanhoudingsbevel en detentieomstandigheden in Polen

Op 20 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) dat is uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De rechtbank constateert dat er discrepanties zijn tussen toezeggingen gedaan in eerdere overleveringszaken en de huidige zaak met betrekking tot de bewegingsvrijheid van gedetineerden in het Opole Remand Centre. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting heropend en de officier van justitie verzocht om duidelijkheid te verkrijgen over de tegenstrijdige informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. De zaak betreft een opgeëiste persoon die wordt verdacht van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, feiten die onder de Overleveringswet vallen. De rechtbank heeft de beslistermijn voor de overlevering verlengd met dertig dagen, evenals de gevangenhouding van de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van de grondrechten van gedetineerden in Polen, maar dat er geen individueel reëel gevaar is aangetoond voor de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft de zaak opnieuw op zitting bepaald voor 5 februari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-252027-25
Datum uitspraak: 20 januari 2026
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering van 9 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2025 door
the Opole Regional Court(
Sąd Okręgowy w Opolu),Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] (Polen),
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres],
uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De zitting van 20 november 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 20 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de opgeëiste persoon vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat was om bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 10 december 2025
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 10 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen.
Hij is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda.
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB voor bepaalde tijd aangehouden om de raadsman in de gelegenheid te stellen de zaak met de opgeëiste persoon te bespreken. De opgeëiste persoon was namelijk vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat om bij de zitting aanwezig te zijn.
De zitting van 24 december 2025
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 24 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Daarnaast heeft de rechtbank ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, omdat de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht met betrekking tot artikel 11 OLW. De rechtbank heeft geen zicht op hoe lang de opgeëiste persoon in eerste instantie zal worden gedetineerd in
the Bielsko-Biała Satellite Prison of the Cieszyn Prison. Daarnaast is niet duidelijk op welke detentie-instelling de aanvullende informatie van 16 oktober 2025 over de detentieomstandigheden ziet. Gelet hierop heeft de rechtbank de beslistermijn nogmaals verlengd met dertig dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 15 januari 2026
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 15 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
enforceable decision on detention on remand of the Opole District Court of 08 December 2023, file reference II Kp 905/23.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW

5.1
Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [4]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]
5.2
Detentieomstandigheden in Poolseremand regimes
Inleiding
Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon nog niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven oftewel in het zogenoemde
remand regime.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Poolse detentie-instellingen terechtkomen. [6] Het kernpunt daarbij is dat in het
remand regimeslechts drie m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
In het kader van het onderzoek naar de detentieomstandigheden heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum van het openbaar ministerie (hierna: IRC) op 13 oktober 2025 vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Op 16 oktober 2025 heeft
the Regional Public Prosecutor in Opolein een brief het volgende medegedeeld:
“(…) - once transferred, [opgeëiste persoon] (…) after being first placed in the Bielsko-Biała Satellite Prison of the Cieszyn Prison, will be temporarily moved to the Opole Remand Centre so that he can participate in procedural acts in criminal proceedings ref. No. 4341-1.Ds 609.2022 being conducted by the Opole District Public Prosecutor's Office,
- as regards time out of cell, it should be noted that remand prisoners are allowed to attend cultural and educational activities for up to 1 hour per day. In addition, a person detained in a remand centre is entitled to a one-hour walk and to take part in a religious service. The time that a detainee spends outside the cell is adjusted to the type of activities in which the detainee wishes to participate - it can be assumed that the detainee could spend approximately two hours per day outside the cell,
- I confirm that the other information relating to the inmates, furnished by the Bielsko-Biała Regional Court in a letter of 28.04.2025, related to the European Arrest Warrant ref. No. III Kop 123/24 of 03.02.2025, issued by Bielsko-Biała Regional Court, is valid, also in relation to the European Arrest Warrant ref. No. III Kop 48/25, of 19.08.2025, issued by the Opole Regional Court. (…)”
De rechtbank heeft op 28 mei 2025 uitspraak gedaan in een andere overleveringszaak ten aanzien van de opgeëiste persoon. [7] In die zaak heeft
the Regional Prosecutor's Office Bielsko- Biała Północ in Bielsko-Białaop 28 april 2025 ten aanzien van de detentieomstandigheden de volgende informatie verstrekt:
“(…) at the initial stage he will be placed in the territory of the capital city of Warsaw (…). The provisionally arrested person remains at the disposal of the Regional Prosecutor's Office Bielsko-Biała Północ in Bielsko-Biała, and therefore, it will be the Penitentiary Institution in Cieszyn, External Branch in Bielsko-Biała. (…)
The suspect [opgeëiste persoon] will have an opportunity to participate in cultural en educational activities. Participation in activities is voluntary and dictated by the will expressed by the pre-trial detainee.
Each day the detainee is entitled to 1 hour of walking and the possibility to participate in cultural and educational activities, which take place in the day-room for up to 1 hour per day. (…)
The requested person is entitled to a personal area comprising a minimum of 3 square metres. (…) Participation in cultural and educational activities is up to 1 hour a day. The pretrial detainee is also entitled to an hour’s walk and a religious service. In total, a pre-trial detainee can spend at least 2 hours a day outside his cell.”
In een e-mailbericht van 2 januari 2026 heeft het IRC, naar aanleiding van de behandeling van het EAB op de zitting van 24 december 2025, de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
“(…)
1.
How long will the wanted person initially be detained in the Bielsko-Biala Satellite Prison of the Cieszyn Prison?
2.
Does the information on prison conditions as described in the additional information of 16 October 2025, refer to the Bielsko-Biala Satellite Prison or the Opole Remand Centre? (…)”
Op 14 januari 2026 heeft
The District Court in Opole, Third Criminal Divisionin een e-mailbericht het volgende medegedeeld:
“(…) according to information obtained from the District Prosecutor's Office in Opole, immediately after the incarceration of [opgeëiste persoon] at the Cieszyn Prison, the External Branch in Bielsko-Biała, in consultation with the District Court in Bielsko-Biała and the Bielsko-Biała-South District Prosecutor's Office, will set the earliest possible date for the fugitive's transport to the Opole Remand Center, and subsequent proceedings will be immediately initiated. The date of transport to the Opole Remand Center depends on the activities planned by the Court and the Prosecutor's Office with the fugitive, as mentioned above, and the capabilities of the convoy department of the Provincial Police Headquarters in Katowice regarding the transport.
Additional information from October 16, 2025 refer to the Opole Detention Center.”
5.3
Standpunten van partijen
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Uit de aanvullende informatie van 16 oktober 2025 en 14 januari 2026 blijkt weliswaar dat wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon dagelijks twee uur buiten zijn cel mag verblijven als hij deelneemt aan culturele en educatieve activiteiten, maar uit een recente uitspraak, in een zaak van een andere opgeëiste persoon, blijkt dat door
the Deputy Directorvan de detentie-instelling in Opole andere informatie wordt verstrekt over de detentieomstandigheden. [8] Volgens de raadsman is dat orgaan bij uitstek geschikt om informatie over de detentieomstandigheden te verstrekken. De tegenstijdige informatie geeft grote zorgen gelet op het vertrouwensbeginsel. Subsidiair verzoekt de raadsman om de zaak aan te houden om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt, gelet op hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht, om de zaak aan te houden. Er bestaat discrepantie tussen de informatie die door het Poolse gevangeniswezen en de informatie die door de Poolse officier van justitie over de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Opole is verstrekt. De officier van justitie verwijst hierbij naar twee eerdere uitspraken van deze rechtbank. [9] Ten behoeve van deze zaak kan aan de Poolse officier van justitie worden gevraagd hoe de informatie zich verhoudt tot de door
the Deputy Directorvan de detentie-instelling in Opole verstrekte informatie. Daarnaast merkt de officier van justitie op dat in de aanvullende informatie van 28 april 2025 staat vermeld dat de opgeëiste persoon ook in de detentie-instelling in Opole een persoonlijke leefruimte van minimaal drie m², exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal hebben. Indien deze informatie niet voldoende is, verzoekt de officier van justitie om ook met betrekking tot dit punt nadere vragen te stellen.
5.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest
MLvan het HvJ EU uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [10]
Uit de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van 16 oktober 2025, leidt de rechtbank af dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk na zijn overlevering eerst in
the Bielsko-Biała Satellite Prison of the Cieszyn Prisonzal worden geplaatst alvorens hij tijdelijk naar
the Opole Remand Centrezal worden overgeplaatst om aanwezig te kunnen zijn bij zijn strafprocedure. Nu uit de aanvullende informatie van 14 januari 2026 niet duidelijk is geworden of de opgeëiste persoon aanvankelijk voor (zeer) korte duur zal worden gedetineerd in
the Bielsko-Biała Satellite Prison of the Cieszyn Prisonzal de rechtbank voor beide detentie-instellingen de detentieomstandigheden moeten onderzoeken.
De detentieomstandigheden in Bielsko-Biała
De rechtbank leidt uit de aanvullende informatie van 28 april 2025 af dat de opgeëiste persoon na overlevering een persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel van minimaal drie m², exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal hebben. Daarnaast wordt de garantie geboden dat een voorlopig gehechte dagelijks ten minste twee uur buiten zijn cel kan verblijven. De opgeëiste persoon kan elke dag één uur deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten en heeft het recht om minstens één uur per dag te wandelen. Aangezien in dit geval door de Poolse autoriteiten wordt toegezegd dat de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, is meer informatie over aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn niet nodig. De rechtbank acht de door de uitvaardigende autoriteit verstrekte informatie voldoende om het eerder vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon met betrekking tot deze detentie-instelling weg te nemen.
De detentieomstandigheden in Opole Remand Centre
De rechtbank stelt vast dat uit de informatie van 16 oktober 2025 niet blijkt over hoeveel m2 de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal beschikken. De rechtbank is echter ambtshalve bekend dat overgeleverde personen in deze detentie-instelling de beschikking krijgen over ten minste drie m2 persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel (exclusief sanitair) en zal daarom uitgaan van dat gegeven bij het toetsen van de detentieomstandigheden. [11]
De rechtbank leidt uit de aanvullende informatie van 16 oktober 2025 en 14 januari 2026 af dat voorlopig gehechten dagelijks ongeveer twee uur buiten de cel kunnen verblijven. Er wordt niet expliciet in het individuele geval van de opgeëiste persoon gegarandeerd dat hem bepaalde bewegingsruimte toekomt, maar wel is toegelicht voor voorlopig gehechten in het algemeen dat zij elke dag één uur kunnen deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten en het recht hebben om minstens één uur per dag te wandelen.
Op grond van deze informatie lijkt het erop dat ook de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, waardoor ten aanzien van deze detentie-instelling geen nadere informatie nodig zou zijn over aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn.
Op 14 januari 2026 heeft de rechtbank echter tussenuitspraak gedaan in een andere overleveringszaak ten aanzien van een andere opgeëiste persoon waarbij
the Deputy Director of the Remand Centre in Opoleop 11 december 2025 in een brief de volgende informatie heeft verstrekt [12] :
“(…) I hereby in form that in the Remand Centre in Opole, the space per one inmate in a shared cell is (…) not less than 3 m2. The maximum occupancy of cells intended for remand prisoners is 7 prisoners, and the average occupancy is 2 prisoners.
Pre-trial detainees are allowed to take a one-hour walk every day and participate in various activities. (…) There are four common rooms in the Remand Centre, located in each residential ward. The rooms are equipped with the necessary sports and recreational equipment (including table tennis tables, billiard tables, darts, professional table football) and audio-visual equipment. Inmates (both convicted and remand prisoners) participate in physical education and sports activities on the basis of weekly schedules (…). Inmates can participate in common room activities on average twice a week (depending on the number of groups). The activities last approximately 1.5 hours on average. (…)
In accordance with the internal regulations of the facility, every inmate staying at the Remand Centre in Opole also has the opportunity to use the library collection once a week, on a day designated for a specific unit. (…)”
De rechtbank heeft in die zaak geoordeeld dat de opgeëiste persoon dagelijks de mogelijkheid krijgt om één uur te wandelen en de opgeëiste persoon gemiddeld twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, kan deelnemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte, eenmaal per week gebruik kan maken van de bibliotheek en daarnaast kan deelnemen aan sportactiviteiten volgens een wekelijks vastgesteld schema. De rechtbank was gelet op deze informatie – onder andere – van oordeel dat onvoldoende concreet was gemaakt hoe vaak per week de opgeëiste persoon aan (sport)activiteiten kan deelnemen en wat de duur van die activiteiten is. Hierdoor kon niet worden vastgesteld hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon ongeveer buiten zijn cel kan verblijven indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen.
De rechtbank constateert dat, gelet op het voorgaande, een discrepantie bestaat tussen toezeggingen gedaan in de twee genoemde overleveringszaken en in onderhavige zaak met betrekking tot de bewegingsvrijheid buiten de cel voor gedetineerden die in
the Opole Remand Centreworden gedetineerd. Gelet op het voornoemde ziet de rechtbank daarom aanleiding om het onderzoek ter zitting te heropenen en de officier van justitie te verzoeken om bij de uitvaardigende justitiële autoriteit duidelijkheid te verkrijgen over de tegenstrijdigheden in de informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Anders dan de raadsman heeft bepleit ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om in dit stadium reeds geen gevolg te geven aan het EAB.
Verlenging van de termijn
De termijn om over de overlevering te beslissen loopt na de verlenging ter zitting af op 23 januari 2026. Omdat de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om over de overlevering te beslissen zal zij tevens de beslistermijn verlengen met dertig dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen.

6.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen zoals hiervoor in rubriek 5 is overwogen;
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW
met 30 dagen(eindigend op 22 februari 2026), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALTdat de zaak zo snel mogelijk, maar uiterlijk op
5 februari 2026, opnieuw op zitting wordt aangebracht.
BEVEELTde
oproepingvan
de opgeëiste persoontegen de nader te bepalen datum en het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn
raadsman.
BEVEELTde oproeping van een
tolkin de
Poolse taaltegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip. Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
5.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (
6.Rb. Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311.
7.Rb. Amsterdam 28 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3568.
8.Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.
9.Rb. Amsterdam 2 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10441 en Rb. Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1994.
10.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.
11.Zie bijv. Rb. Amsterdam 2 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10441, na tussenuitspraken van 4 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6465 en 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8616. Vgl. Rb. Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1994.
12.Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:133.