7.2Detentieomstandigheden in het Poolseremand regime
Inleiding
Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon nog niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven oftewel in het zogenoemde
remand regime.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het ‘
remand regime’ in Poolse detentie-instellingen terechtkomen.Het kernpunt is dat in het
remand regimeslechts drie m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
In het kader van het onderzoek naar de detentieomstandigheden heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum van het openbaar ministerie (hierna: IRC) vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Op 11 december 2025 heeft
the Deputy Director of the Remand Centre in Opolein een brief het volgende medegedeeld:
“(…) I hereby in form that in the Remand Centre in Opole, the space per one inmate in a shared cell is (…) not less than 3 m2. The maximum occupancy of cells intended for remand prisoners is 7 prisoners, and the average occupancy is 2 prisoners.
Pre-trial detainees are allowed to take a one-hour walk every day and participate in various activities. (…) There are four common rooms in the Remand Centre, located in each residential ward. The rooms are equipped with the necessary sports and recreational equipment (including table tennis tables, billiard tables, darts, professional table football) and audio-visual equipment. Inmates (both convicted and remand prisoners) participate in physical education and sports activities on the basis of weekly schedules (…). Inmates can participate in common room activities on average twice a week (depending on the number of groups). The activities last approximately 1.5 hours on average. (…)
In accordance with the internal regulations of the facility, every inmate staying at the Remand Centre in Opole also has the opportunity to use the library collection once a week, on a day designated for a specific unit. (…)”
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat de overlevering niet kan worden toegestaan en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Uit de aanvullende informatie blijkt dat opgeëiste persoon ruim minder dan twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Hierdoor bestaat een individueel gevaar dat de grondrechten van de opgeëiste persoon worden geschonden. De Poolse autoriteiten hebben voldoende gelegenheid gehad om de garantie nader te onderbouwen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt om de zaak aan te houden en de Poolse autoriteiten een redelijke termijn te geven om aanvullende informatie te verstrekken. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon één uur per dag mag wandelen en gemiddeld drie uur per week kan deelnemen aan activiteiten. Dat is onvoldoende om het algemene gevaar weg te nemen, maar het is niet uitgesloten dat de omstandigheden nog zullen wijzigen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat met de door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 11 december 2025 het vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen. De rechtbank licht dat toe.
De rechtbank stelt vast dat dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering waarschijnlijk zal worden gedetineerd in
the Remand Centrein Opole en dat drie m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel wordt gegarandeerd. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, neemt een garantie dat een opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon weg. De rechtbank heeft er begrip voor dat de Poolse autoriteiten een dergelijke garantie niet onder alle omstandigheden kunnen geven, bijvoorbeeld omdat zich noodsituaties kunnen voordoen in de detentie-instelling die ervoor zorgen dat een dergelijke garantie niet geëffectueerd kan worden.
De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak aanleiding gezien om haar rechtspraak op dit punt te preciseren.Hieruit volgt dat het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de drie en vier m2
in ieder geval wordtweggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Als de autoriteiten zo een garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden - wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen - gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Met andere woorden: de rechtbank heeft informatie nodig waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, de duur van die activiteiten, én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn.
Uit de aanvullende informatie van 11 december 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon dagelijks de mogelijkheid krijgt om één uur te wandelen. Daarnaast kan hij gemiddeld twee keer per week, gemiddeld anderhalf uur per keer, deelnemen aan diverse activiteiten in de gemeenschapsruimte, eenmaal per week gebruikmaken van de bibliotheek en kan hij deelnemen aan sportactiviteiten volgens een wekelijks vastgesteld schema.
Het is echter onvoldoende concreet gemaakt hoe vaak per week de opgeëiste persoon aan (sport)activiteiten kan deelnemen en wat de duur van die activiteiten is. Bovendien is geen informatie verstrekt waaruit blijkt waar deelname aan activiteiten in de gemeenschapsruimte en sportactiviteiten van afhankelijk is. De rechtbank kan aan de hand van de aanvullende informatie daarom niet vaststellen hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden ongeveer buiten de cel kan verblijven, indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen. De gegeven informatie is op dit moment onvoldoende concreet om voor de opgeëiste persoon het bedoelde algemene reële gevaar uit te sluiten.
De rechtbank stelt dan ook vast dat er voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Opole als de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet en ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen.
Dit betekent ook dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aanhoudt. De rechtbank stelt daarbij, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, een redelijke termijn vast van 30 dagen. De voortzetting van de zaak zal worden ingepland op de eerst mogelijke zittingsdag na het einde van deze termijn (die verstrijkt op 12 februari 2026) of uiterlijk tien dagen daarna, zodat kan worden nagegaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden. Wanneer dit niet het geval is, zal op grond van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg worden gegeven aan het EAB.
Verlenging van de beslistermijn
De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 7 februari 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen zal zij ook de beslistermijn verlengen met 30 dagen onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding met 30 dagen.