Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 2],
advocaat: mr. J. Brakke,
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 november 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 2] , met producties,
- de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 3] , met productie,
- de conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 1] , met producties,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van 26 februari 2025 van [gedaagde 1] ,
- het antwoord in incident,
- het vonnis in incident van 26 maart 2025, waarin aan [gedaagde 1] is toegestaan om [naam 1] in vrijwaring op te roepen,
- het tussenvonnis van 4 juni 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte vermindering van eis, waarbij de vordering tegen [gedaagde 3] is komen te vervallen c.q. is ingetrokken, en tevens overlegging producties 24 tot en met 26 van [eisers] ,
- de akte overlegging producties 6 en 7 aan de zijde van [gedaagde 1] ,
- de antwoordakte inzake de vermindering van eis,
- de akte overlegging producties 4 van [gedaagde 2] ,
- de akte overlegging producties 5 tot en met 7 van [gedaagde 2] ,
- de akte overlegging producties 8 en 9 van [gedaagde 2] ,
- de akte overlegging producties 27 tot en met 29 van 6 augustus 2025 van [eisers] ,
- de akte na mondelinge behandeling [gedaagde 2] van 10 september 2025,
- de akte overleggen producties tevens inhoudende akte uitlaten antwoord van gedaagde [gedaagde 2] van [gedaagde 1] van 10 september 2025,
- de akte uitlaten producties na mondelinge behandeling van [eisers] .
2.De feiten
“Uitgeschreven uit het handelsregister per 09-12-2022.Op 09-12-2022 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 05-12-2022.(…)
“05-12-2022 – [eiser 1] : Goeieavond, ik heb je gebeld maar heb geen belletje terug gehad zal je morge weer bellen(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Ik heb jou vorig week gesproken. Toen gaf je aan dat [naam 2] een 3dtekening moest opsturen naar de gemeente(…)”.Uit de mail in reactie daarop van [gedaagde 2] blijkt dat hij wel degelijk weet wie [eiser 2] is. De aanhef van de mail luidt:
“Goedemorgen [eiser 2] ”. Op 22 juni 2022 is er ook mailcontact geweest tussen [eiser 2] en [gedaagde 2] . [gedaagde 2] stuurt op deze datum:
“Goedemorgen [eiser 2] , Zoals besproken zend ik je hierbij de factuur voor de 1e termijn van de bouw(…)”. Uit het voorgaande volgt dan ook voldoende duidelijk dat [gedaagde 2] wist van [eiser 2] . Dit brengt mee dat vast staat dat zowel [eisers] als [eiser 2] contractspartij is bij de overeenkomst.