Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court (Sąd Okręgowy) in Radom, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Radomvan 5 april 2016 met kenmerk: VIII K 1227/11.
4.De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J.), [6] het certificaat en het veroordelend vonnis bij Poolse autoriteiten op te vragen. Subsidiair voert de officier van justitie aan dat de opgeëiste persoon niet met een Nederlander kan worden gelijkgesteld, omdat niet aangetoond kan worden dat hij vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Het is onduidelijk of de opgeëiste persoon ook in de jaren 2022, 2023 en 2024 een uitkering van het UWV heeft ontvangen en of hij dus voldoende inkomsten genoot om te kunnen spreken van rechtmatig verblijf.
C.J.,omdat bij een beroep op gelijkstelling zoals bedoeld in artikel 6a OLW niet alleen een IND-advies moet worden opgevraagd, maar ook toestemming van de uitvaardigende lidstaat moet worden verkregen in de vorm van, kort gezegd, een WETS-certificaat en het veroordelend vonnis. [8] De rechtbank is dan ook met de officier van justitie van oordeel dat de stukken buiten beschouwing worden gelaten. Het gelijkstellingsverweer wordt derhalve verworpen.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court (Sąd Okręgowy) in Radom, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.