ECLI:NL:RBAMS:2025:3769

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
11623628 WM VERZ 25-3274
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar bij verkeershandhaving en schending van de hoorplicht

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam op 26 mei 2025, is een beroep ingesteld tegen een beslissing van de gemeente Amsterdam met betrekking tot een verkeersboete. De betrokkene, bijgestaan door een gemachtigde van Verkeersboete.nl, had een boete ontvangen voor het negeren van een geslotenverklaring op de Laan van Vlaanderen. De betrokkene stelde dat de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Boa) niet bevoegd was om handhavend op te treden, omdat de geslotenverklaring niet op leefbaarheid was gebaseerd. De kantonrechter oordeelde dat de Boa wel degelijk bevoegd was, aangezien de verkeersbesluiten die de geslotenverklaring instelden, ook leefbaarheid als argument noemden. De kantonrechter concludeerde dat de bebording duidelijk was en dat de schending van de hoorplicht door de officier van justitie niet leidde tot een matiging van de sanctie, omdat de betrokkene professioneel werd bijgestaan. De beslissing van de gemeente werd vernietigd, maar de boete bleef in stand. De zaak benadrukt de noodzaak van duidelijke bebording en de bevoegdheid van de Boa in verkeershandhaving.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. E.J. Otten
zaaknummer: 11623628 WM VERZ 25-3274
beslissing van: 26 mei 2025
func.: 58217
Beslissing van de kantonrechter van 26 mei 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Verkeersboete.nl
mr. N.G.A. Voorbach
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 9 oktober 2024 en is gericht tegen de beslissing van 17 september 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 20 januari 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde te hebben gehoord - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 1 mei 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam 1] ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep tegen de beslissing van verweerder gegrond is, en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Zekerheid

Allereerst dient beoordeeld te worden of betrokkene kan worden ontvangen in het beroep bij de kantonrechter.
Bij twee brieven is betrokkene in de onderhavige zaak op de verplichting tot het betalen van zekerheid gewezen. Bij beide brieven is betrokkene er tevens op gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de zekerheid niet wordt voldaan.
De kantonrechter stelt in de onderhavige zaak de door betrokkene te stellen zekerheid op nihil. Er zal tot inhoudelijke behandeling van het beroep in deze zaak worden overgegaan.

Inhoudelijk

4. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12). De gedraging is geconstateerd op 9 januari 2024 om 18:52 uur op de Laan van Vlaanderen te Amsterdam.
5. Het beroep is tijdig ingesteld.

Bevoegdheid Boa

6. Gemachtigde voert aan dat de verbalisant in deze zaak is aangesteld als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Boa) ‘openbare ruimte’ niet bevoegd was om hier te handhaven. In het verkeersbesluit waarin de geslotenverklaring is ingesteld, wordt het leefbaarheidscriterium er met de haren bijgesleept. Nergens in het voortraject en de monitoring wordt de leefbaarheid ook maar zijdelings benoemd. Niets wijst erop dat de leefbaarheid een rol heeft gespeeld bij het instellen van de geslotenverklaring. Dit raakt aan de bevoegdheid van de Boa, aangezien deze alleen bevoegd is om te handhaven op een C-bord in relatie tot de leefbaarheid.
Volgens de gemachtigde zijn in het voortraject gedurende een jaar de effecten van het instellen van de geslotenverklaringen in de gebieden Sloten en Nieuw Sloten gemonitord.
De resultaten van de monitoring zijn vastgelegd in de ‘Tussenrapportage Monitoring en Evaluatie Sloterweg Verkeersveilig (juni – december 2023)’ en in de ‘Eindrapportage Monitoring ‘Sloterweg Verkeersveilig’. In beide rapportages wordt het leefbaarheidscriterium geen enkele keer genoemd als grondslag voor het invoeren van de geslotenverklaring. Op 26 september 2023 is het ‘Monitoringsplan Sloterweg-West’ gepubliceerd, waarin op pagina 5 het volgende wordt overwogen:
Dit rapport beschrijft het plan van aanpak voor de monitoring en evaluatie van de verkeersintensiteiten, wachtrijen en verkeersveiligheid voor beide maatregelen. Het is denkbaar dat er ook impact is op leefbaarheid van bewoners en bijvoorbeeld emissies in het gebied. Daar wordt hier geen onderzoek naar gedaan en valt dan ook buiten de monitoring.Uit het verkeersbesluit voor de Sloterweg-West blijkt weliswaar dat de maatregel is ingesteld “
om de leefbaarheid te verbeteren”, maar de gemeenteraad heeft ingestemd met het voorkeursbesluit en uitvoeringsbudget voor het verkeersveilig maken van de Sloterweg West. Daarmee ontbreekt een feitelijke basis dat de maatregel – zoals geëist voor BOA-handhaving – werkelijk is ingesteld en geëvalueerd op leefbaarheids-effecten, aldus de gemachtigde.
7. Verweerder betwist dat de Boa onbevoegd is.
8. De kantonrechter stelt vast dat de Boa die deze overtreding heeft geconstateerd volgens het zaakoverzicht was aangesteld in het domein Openbare ruimte. De wettelijke voorschriften waar een Boa in dat domein op mag handhaven, is geregeld in de bijlage bij de Regeling Domeinlijsten Buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor zover relevant, luidt die als volgt:
“(…) voor rijdend verkeer: (…) hoofdstukken C (geslotenverklaring) (…) RVV. Handhaving op het negeren van een C-(…)bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.”
9. In de verkeersbesluiten voor het instellen van een geslotenverklaring voor de Sloterweg-oost (gemeenteblad nr. 448749 van 20 oktober 2023) en – voor de spitsuren – voor de Laan van Vlaanderen (gemeenteblad nr. 448775 van 20 oktober 2023) staat als onderbouwing dat de Sloterweg een smalle weg is en een gevaarlijke verkeerssituaties oplevert tussen fietsers en autoverkeer. Als eerste stap om dat te verbeteren – zo staat vermeld – was eerder een inrijverbod voor de Sloterweg-west ingesteld. In die beide verkeersbesluiten staat dat ook voor de Sloterweg-oost en de Laan van Vlaanderen geslotenverklaringen nodig zijn als aanvullende maatregel. Volgens het verkeersbesluit over de Sloterweg-oost om de leefbaarheid en verkeersveiligheid te vergroten, zodat het geen doorgaande route meer is. Volgens het verkeersbesluit over de Laan van Vlaanderen is de geslotenverklaring nodig om tijdens de spitsuren sluipverkeer te voorkomen. Verder staat in beide besluiten vermeld dat het belang van verbetering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de hinder van de maatregel in de doorstroming van het verkeer.
10. Anders dan de gemachtigde stelt, is leefbaarheid hier niet “met de haren bijgesleept”. Weliswaar zijn op de Sloterweg-west verschillende verkeersbesluiten genomen en bij het eerste besluit uit 2021 zou de gevaarlijke verkeerssituatie het (enige) hoofddoel kunnen zijn geweest. Maar de verkeersbesluiten van de Sloterweg-oost en de Laan van Vlaanderen zijn aanvullende maatregelen op het laatste verkeersbesluit over de Sloterweg-west, namelijk de geslotenverklaring uit 2023. Die geslotenverklaring van de Sloterweg-west had volgens deze besluiten neveneffecten, zoals een nieuwe doorgaande route door de woonwijk en sluipverkeer. Dat valt allebei onder leefbaarheid, zodat ook een inhoudelijk leefbaarheidsargument ten grondslag ligt aan de geslotenverklaring van de Sloterweg-oost en de Laan van Vlaanderen. Dat betekent dat de boa die deze overtreding heeft geconstateerd, bevoegd was om te handhaven.

Bebording

11. Verder voert gemachtigde aan dat zo langzamerhand sprake is van bordenblindheid. Verkeerspsycholoog [naam 2] merkte in een item van RTV Utrecht over een andere locatie op dat het bord C12 op een gele achtergrond mogelijk niet duidelijk is voor de gemiddelde weggebruiker. Om het maximale effect te behalen, raadt de heer [naam 2] aan het verbodsbord los aan een paal te bevestigen en iets verder ervoor of erna een andere waarschuwing. Ook verwijst gemachtigde naar een item van het BNNVara programma Kassa van 8 maart 2025 over het aantal boetes dat middels digitale handhaving is opgelegd.
11. Verweerder stelt dat de bebording in orde is en verwijst hierbij naar de schouwrapporten van de bebording.
11. De Laan van Vlaanderen begint en eindigt op de Plesmanlaan. Richting de Plesmanlaan is de Laan van Vlaanderen op beide locaties gesloten. Komende vanaf de Laan van Vlaanderen (zowel richting de Eisdenstraat als op het gedeelte richting de Vlimmerenstraat), staan twee vooraankondigingsborden. Op dit bord staan twee alternatieve opties om de geslotenverklaring te vermijden. De kantonrechter stelt vast dat in het dossier schouwrapporten aanwezig zijn. Die schouwrapporten dateren van voor en na de aan betrokkene verweten gedraging. Uit die rapporten blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en dat die overeenkomstig de wet en regelgeving was geplaatst. Deze verkeerssituatie is niet onduidelijk. Het enkel toevoegen van een bord waarbij de verkeersdeelnemers gewezen worden van de aanwezigheid van cameratoezicht, maakt niet dat de bebording onduidelijk is geweest. Deze grond faalt.
Hoorplicht
11. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat de officier van justitie ten onrechte heeft afgezien van het horen. De enkele omstandigheid dat een ingebrekestelling is ingediend, rechtvaardigt nog niet zonder meer dat af wordt gezien van het horen. Gemachtigde verwijst naar enkele uitspraken, onder meer van het gerechtshof Den Haag van 20 oktober 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2020:2239): ‘
De omstandigheid dat belanghebbende de Inspecteur in gebreke heeft gesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, brengt niet mee dat de Inspecteur van het horen mocht afzien.
Het afzien van het horen in deze gevallen kent – evident – een structureel karakter. Het gebeurt bij verkeersboete.nl, maar ook bij andere gemachtigden stelselmatig. De officier ziet steeds af van het horen, zonder voldragen rechtsgrond. Vanaf 1 oktober 2023 zouden er weer hoorzittingen plaatsvinden. In onderhavige zaak heeft deze belofte geen gevolg gekregen. Gemachtigde stelt dat het sanctiebedrag in lijn met de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:9934, r.o. 16) gematigd dient te worden met 25%. De arresten van het Hof d.d. 11 september 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5796, r.o. 9) en het Hof d.d. 14 oktober 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:6317) wijzen nadrukkelijk op de mogelijkheid om dit rechtsgevolg te verbinden aan de schending, ook indien betrokkene wordt bijgestaan door een professioneel gemachtigde.
11. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat de hoorplicht is geschonden, maar dat dit niet tot een matiging van het sanctiebedrag dient te leiden, nu betrokkene vanaf het administratieve beroep is bijgestaan door een gemachtigde. Wel dient de beslissing van de officier van justitie vernietigd te worden.
11. In deze zaak is betrokkene vanaf het instellen van het administratief beroep tot en met de procedure bij de kantonrechter bijgestaan door een professioneel gemachtigde. Door de gemachtigde van betrokkene niet te horen in de administratief beroepsfase heeft verweerder de hoorplicht geschonden. Van horen kan immers alleen worden afgezien in de in artikel 7:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde gronden. Die gronden doen zich hier niet voor. Verweerder heeft immers afgezien van horen omdat verweerder in gebreke was gesteld. Betrokkene is daarom in zijn belangen is geschaad, dat tot gevolg heeft dat de beslissing van verweerder moet worden vernietigd (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:GHARL:2017:1121). Het niet horen leidt niet ook tot (gedeeltelijke) vernietiging van de inleidende beslissing. Als vast zou komen te staan dat verweerder structureel afziet van het horen van professioneel gemachtigden omdat verweerder in gebreke is gesteld, ziet de kantonrechter hier evenmin aanleiding in om de sanctie te matigen. Een professionele gemachtigde wordt geacht goed in staat te zijn de standpunten van een betrokkene schriftelijk weer te geven, doorgaans beter dan betrokkenen of niet-professionele gemachtigden dat kunnen (zie bijvoorbeeld ook ECLI:NLGHARL:2023:6930). Ook is hij als professionele gemachtigde in staat alle juridische instrumenten in te zetten die nodig zijn om het verdedigingsbelang van betrokkene te waarborgen. Verder is de gemachtigde in gelegenheid gesteld om te worden gehoord bij de kantonrechter, waar gemachtigde in dit geval ook gebruik van heeft gemaakt. Daar kunnen standpunten nader worden toegelicht en kan verdere informatie worden verkregen, die de kantonrechter bij zijn oordeel kan betrekken. Op de zitting kan verweerder alsnog gebruik maken om de inleidende beslissing wegens doelmatigheidsredenen voor te dragen voor vernietiging door de kantonrechter. De kantonrechter zal de beslissing van verweerder op het administratief beroep van de gemachtigde van betrokkene dan ook vernietigen vanwege schending van de hoorplicht en overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:GHARL:2017:1121).

Gedraging

17. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C12 met onderbord ‘ma t/m vrij 07:00 – 10:00 H en 16:00 – 19:00 H’ en ‘uitgezonderd lijnbussen’. De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de zuidzuidoostelijke richting van de Vlimmerenstraat en reed in noordnoordwestelijke richting naar de Plesmanlaan. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa. In het dossier bevinden zich twee schouwrapporten van de bebording, daterend van voor en na de aan betrokkene verweten gedraging en hieruit blijkt dat de bebording op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst.
17. Betrokkene heeft een boete gekregen voor het inrijden van een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt. Van 1 november 2023 tot en met 31 december 2023 is door de gemeente een waarschuwingsperiode van kracht. Als in deze periode toch een boete is opgelegd, is een ingesteld beroep gegrond. Boetes die zijn opgelegd voor overtredingen met betrekking tot de geslotenverklaring in andere periodes zijn in beginsel terecht opgelegd en een ingesteld beroep daarover ongegrond. Dit geldt ook voor het beroep van betrokkene nu de overtreding is geconstateerd op eerdergenoemde datum.
19. Gelet op het voorgaande staat vast dat betrokkene de gedraging heeft verricht, zodat geen aanleiding is te oordelen dat de sanctie ten onrechte aan betrokkene is opgelegd. De aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding tot matiging.

Proceskostenvergoeding

20. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaak volledig in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van verweerder gegrond en vernietigt deze;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, kantonrechter, in aanwezigheid van I.K. van Weelden, griffier, en is in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.