Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV, maar dit beroep ingetrokken nadat het UWV een tegemoetkomend besluit nam. Verzoekster vordert vergoeding van proceskosten, waaronder kosten voor rechtsbijstand, griffierecht en een deskundigenrapport inclusief BTW. Tevens vordert zij een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de proceskosten van verzoekster moet vergoeden, inclusief het deskundigenrapport met BTW, omdat verzoekster deze belasting niet kan aftrekken. De rechtbank wijst het griffierecht toe en volgt het UWV in het niet toekennen van een vergoeding voor een schriftelijke zienswijze die niet is ontvangen.
De redelijke termijn is overschreden in zowel de bestuursrechtelijke fase als de rechterlijke fase. De rechtbank verlengt de redelijke termijn met drie maanden vanwege meerdere termijnen voor aanvulling van bezwaargronden. De Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.500,- en tot vergoeding van proceskosten voor de immateriële schadevergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter Gielen en griffier Pijpers en is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2024.