ECLI:NL:RBAMS:2024:4635

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
13/159288-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 13 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 1 Uitvoeringswet
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Verenigd Koninkrijk wegens drugshandel en wapenbezit

De rechtbank Amsterdam heeft op 24 juli 2024 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk. Deze vordering is gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Westminster Magistrates Court wegens vermoedelijke strafbare feiten zoals drugshandel en wapenbezit.

De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en de rechtbank concludeerde dat de feiten voldoen aan de dubbele strafbaarheidsvereiste volgens de Nederlandse wetgeving. De detentieomstandigheden in de Britse gevangenissen HMP Bedford, Wandsworth en Winchester vormen geen beletsel meer voor overlevering, aangezien de opgeëiste persoon waarschijnlijk in HMP Belmarsh zal worden geplaatst, waar geen reëel gevaar op onmenselijke behandeling bestaat.

De rechtbank oordeelde dat het aanhoudingsbevel voldoet aan de formele eisen en dat er geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom is de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan het Verenigd Koninkrijk toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/159288-24
Datum uitspraak: 24 juli 2024
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 3 Uitvoeringswet Pro Handels- en Samenwerkingsovereenkomst
EU – VK Justitie en Veiligheid (Uitvoeringswet) juncto artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank.
Deze vordering dateert van 21 mei 2024 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Aanhoudingsbevel (AB) als bedoeld in artikel 598 van Pro de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (HSO).
Dit AB is uitgevaardigd op 2 mei 2024 door
Westminster Magistrates Court(Verenigd Koninkrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] (Somalië),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 juli 2024. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. W.H.R. Hogewind. De opgeëiste persoon heeft middels een schriftelijke verklaring afstand gedaan van zijn recht om bij de zitting aanwezig te zijn. Zijn gemachtigd raadsman, mr. J.L. L'Homme, advocaat te Amsterdam, heeft namens hem het woord gevoerd. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 3 Uitvoeringswet Pro jo. artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Britse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het AB

In het AB wordt melding gemaakt van een
warrant of first instance issued by District Judge Nina Tempia of Westminster Magistrates' Court on 20 April 2024.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van het Verenigde Koninkrijk ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van het Verenigd Koninkrijk strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het AB.

4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

Het Verenigd Koninkrijk heeft de kennisgeving als bedoeld in artikel 599, vierde lid, van de HSO niet gedaan. [1] Toetsing van de dubbele strafbaarheid conform artikel 599, tweede lid, HSO kan dus niet achterwege blijven.
Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 599, eerste en tweede lid, HSO zijn opgenomen.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.Artikel 604, aanhef en onder c, HSO; detentieomstandigheden

De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat in de Penitentiaire Inrichting HMP Bedford [2] , de Penitentiaire Inrichting HMP Wandsworth [3] en de Penitentiaire Inrichting HMP Winchester [4] een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Bij brief van 10 juli 2024 heeft de Britse autoriteit verklaard dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk zal worden geplaatst in HMP Belmarsh. Het ten aanzien van de Penitentiaire Inrichtingen HMP Bedford, HMP Wandsworth en HMP Winchester vastgestelde reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling staat daarom niet aan overlevering van de opgeëiste persoon in de weg.
Verder is gesteld noch gebleken dat ten aanzien van HMP Belmarsh sprake is van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 Handvest Pro. De detentieomstandigheden in HMP Belmarsh zijn dus geen beletsel voor het toestaan van de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het AB voldoet aan de eisen van artikel 606 HSO Pro en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan , alsmede een garantie is verstrekt op grond van artikel 604, aanhef en onder c, HSO, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet, 13 en 55 Wet wapens en munitie en de artikelen 1 en 3 Uitvoeringswet en 604 en 606 HSO.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Westminster Magistrates Court(Verenigd Koninkrijk).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 juli 2024.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, Uitvoeringswet juncto artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie rechtbank Amsterdam, 2 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6353