ECLI:NL:RBAMS:2022:8834
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en erfpachtcorrecties
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te hoog te zijn en stelt een lagere waarde van €274.000,- voor. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en de door de heffingsambtenaar gebruikte vergelijkingsobjecten.
De heffingsambtenaar heeft drie vergelijkbare tussenwoningen in de buurt als referentie gebruikt, wat de rechtbank als voldoende vergelijkbaar en bruikbaar acht. De rechtbank verwerpt de door eiser aangedragen alternatieve vergelijkingsobjecten vanwege onvoldoende specificatie en grotere afwijkingen in oppervlakte en locatie. Ook wordt het betoog over onvoldoende rekening houden met afnemende meerwaarde verworpen omdat dit is verwerkt in de lagere vierkante-meterprijs.
Verder wijst de rechtbank het bezwaar af dat de heffingsambtenaar niet alle stukken, zoals erfpachtcorrecties, heeft verstrekt. Volgens de jurisprudentie is het taxatieverslag verplicht, maar niet alle onderliggende gegevens. De stelling dat sprake is van een 'black box' waardebepaling wordt verworpen. Ook de bezwaren tegen de erfpachtcorrecties en de toepassing van een 2% korting voor latere jaren worden afgewezen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en dat er geen strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €320.500,- blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €320.500,- wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.