Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
police custodyals bedoeld in het CPT-rapport, blijkt volgens de verdediging onvoldoende uit het EAB en de aanvullende informatie. Niet duidelijk is waar de opgeëiste persoon gedetineerd en verhoord zal worden.
LGBTI peoplete stoppen.
Aranyosi en Căldăraru [1] volgt dat de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat, wanneer zij bewijzen heeft dat er een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend – afgemeten aan het beschermingscriterium van de door het Unierecht en met name door artikel 4 van Pro het Handvest gewaarborgde grondrechten – worden behandeld, verplicht is om te beoordelen of dit gevaar bestaat wanneer zij moet beslissen of de persoon tegen wie een EAB is uitgevaardigd wordt overgeleverd aan de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat. De tenuitvoerlegging van een dergelijk bevel mag immers niet leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling van die persoon.
police custodyterecht zal komen.
the Deputy Circuit Prosecutor in Krakowvan 22 februari 2021 volgt dat deze procedure tot op heden bestaat. Bij brief van 19 maart 2021 heeft
the Deputy Circuit Prosecutor in Krakowmeegedeeld op welke wettelijke regeling de mogelijkheid tot vervroegde invrijheidsstelling is gebaseerd, en dat de beslissing op een daartoe strekkend verzoek wordt genomen door een
penitentiary court.
Openbaar Ministerie (Onafhankelijkheid van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit)) [3] geoordeeld dat het bestaan van structurele en/of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van Polen betreft die in alle gevallen negatieve gevolgen voor de rechterlijke instanties in Polen kunnen hebben, op zichzelf niet volstaat om de hoedanigheid van “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6 lid Pro 1, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ aan elke Poolse rechter en rechterlijke instantie te ontzeggen.
Minister for Justice and Equality (Gebreken in het gerechtelijk apparaat). [5]
national prosecutorondertekend intern document waarin de naam van die opgeëiste persoon werd genoemd. Die bijzondere aandacht werd gegenereerd door een prejudiciële verwijzing en de daaruit voortvloeiende procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de Regionale Rechtbank te Krakau, Afdeling III Strafrecht (Polen).