Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 oktober 2019, waarbij een comparitie is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 22 januari 2020 met de daarin vermelde processtukken,
- de brieven van partijen van 7 en 13 februari 2020 met hun reacties op het proces-verbaal en de reactie van Rabobank van 19 februari 2020 op de brief van 13 februari 2020 van Molenwijck.
2.De feiten
2. MTM waarde van Transacties
forward starting swap, hierna: renteswap II). De schriftelijke bevestiging van deze overeenkomst is op 22 november 2005 namens Molenwijck ondertekend. De renteswap hangt samen met de hiervoor onder 2.9 genoemde geldlening van € 7.383.000 en heeft een aflopende hoofdsom.
Risico’s
3.Het geschil
€ 3.306.103.
4.De beoordeling
- de mogelijke negatieve waarde van de renteswaps bij tussentijdse beëindiging,
- het gebrek aan flexibiliteit door de buitengewoon lange looptijd van de renteswaps,
- dat het ‘Afgesproken Bedrag’ een negatieve invloed kan hebben op haar risicoprofiel en vermogenspositie, met als gevolg bijstortingsverplichtingen en beperking van de kredietruimte,
- de mogelijkheid van een overhedge,
- de gevolgen van de overeengekomen break clause,
- de rentevisie van de bank en de kans dat de rente zou dalen.