Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde in conventie sub 3],
1.De procedure
- de gelijkluidende dagvaardingen van 22 maart 2018 (gedaagde [gedaagde in conventie sub 3] ) en 27 maart 2018 (gedaagde BDO), met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie, van BDO en [gedaagde in conventie sub 3] , met producties;
- het tussenvonnis van 17 oktober 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2019.
2.De feiten
- de Belastingaanslag bleef door [Eiseres in Conventie, verweerster in reconventie] verschuldigd;
- de toerekening van verliezen over de belastingjaren 2011 en 2012 werd herzien, zodanig dat dit leidde tot een aan [Eiseres in Conventie, verweerster in reconventie] toekomende vennootschapsbelasting-teruggaaf ad € 15.783.
3.Het geschil in cassatie
4.Behandeling van het middel
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
2.402(2 punten × tarief € 2.402 x 0,5)