Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het onder 1 ten laste gelegde
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2018255834-1 van 16 december 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] , doorgenummerde pag. 8-13.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2018255834-6 van 17 december 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar 1] , [naam opsporingsambtenaar 2] en [naam opsporingsambtenaar 3] , doorgenummerde pag. 15-18.
(de rechtbank begrijpt: [naam] ). Ik stond achter kassa 1. Omstreeks 17:50 uur kwamen er twee jongens binnen. Ik kreeg er niet zo'n goed gevoel bij. Ik hoorde [naam] tegen ze zeggen: "Goeiedag, kan ik jullie helpen?". Daar reageerden ze niet op. Ik zag dat hun gezichten bedekt waren. Wij werken met een oortjessysteem en ik hoorde dat [naam] tegen mij zei: "Vertrouw niemand". De jongens bleven rondjes lopen door de winkel, ze waren echt aan het treuzelen. NNI zat de hele tijd met een hand in een jaszak. Op een gegeven moment kwamen de jongens naar de kassa toelopen. Ik zag dat NNI iets aan NN2 gaf. Ik zag dat NN2 dit vervolgens onder zijn jas stopte en daar vasthield.
Een aanvullend proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2018255834, documentcode 10588508 van 19 december 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pag. 20-21.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 39, documentcode 10639703 van 3 januari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar 5] en [naam opsporingsambtenaar 6] , doorgenummerde pag. 553-569.
5.Beoordeling van het onder 2 ten laste gelegde
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van het feit
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
first offenders.
10.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.285,20 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[naam verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 2 (twee) maanden.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, met aftrek van de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.
toe tot € 1.285,20(twaalfhonderd vijfentachtig euro en twintig eurocent) voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat € 1.285,20(twaalfhonderd vijfentachtig euro en twintig eurocent) voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening
te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander of anderen is betaald.
toe tot € 500,-(vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 500,-(vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening
aan de Staat te betalen.