Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Niet-ontvankelijk
4.De beslissing
niet-ontvankelijk
Rechtbank Amsterdam
Klager diende op 28 december 2017 een klaagschrift in tot teruggave van diverse in beslag genomen goederen, waaronder groeimiddel. Dit klaagschrift werd door de rechtbank Amsterdam op 15 maart 2018 ongegrond verklaard. Op 13 april 2018 diende klager een nieuw klaagschrift in, ditmaal alleen gericht op de teruggave van het groeimiddel. Klager stelde dat het groeimiddel legaal is en dat het onwaarschijnlijk is dat het tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal komen.
De rechtbank onderzocht of het nieuwe klaagschrift gebaseerd was op nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde beoordeling van het beslag rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was. De eerder genomen beslissing betrof ook het groeimiddel en er waren geen nieuwe feiten die een andere beoordeling noodzakelijk maken. Bovendien moeten de in beslag genomen goederen in samenhang worden beoordeeld, waardoor ook het groeimiddel niet los kan worden gezien van de overige goederen.
De rechtbank concludeerde dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift. Het Openbaar Ministerie had de verdenking voldoende onderbouwd en het summiere karakter van de beklagprocedure liet geen aanleiding tot een andere beoordeling. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.