Eiser is eigenaar van een appartement op erfpachtgrond waarvan de WOZ-waarde voor 2016 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €590.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €485.000,- voor. De heffingsambtenaar berekent de erfpachtcorrectie over een periode van 50 jaar met een grondwaardestijging van 3,75% per jaar en een correctiefactor van 60%, gebaseerd op een onderzoek van Francke en Wilders.
De rechtbank volgt het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam dat deze methode juist is, maar stelt vast dat de heffingsambtenaar de grondwaardestijging te hoog heeft vastgesteld en de erfpachtcorrectie daardoor te hoog is. Ook blijkt dat de vergelijkingsobjecten niet voldoende vergelijkbaar zijn, waardoor de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser heeft zijn lagere waarde niet aannemelijk gemaakt omdat hij geen rekening houdt met een erfpachtcorrectie, ook al is bij een vergelijkingswoning de erfpacht deels afgekocht. De rechtbank stelt daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €575.000,-, vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting overeenkomstig en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten en griffierecht.