Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
- i) Een tijdschriftartikel uit het tijdschrift Aenorm van januari 2007. In het artikel wordt door de auteur de conclusie getrokken dat in de afgelopen vijf jaar - dat wil zeggen de vijf jaren voor publicatie van het artikel - kopers van woningen op grond in erfpacht te veel hebben betaald voor hun woning. Belanghebbende heeft dit artikel overgelegd ter ondersteuning van zijn stelling dat in [Z] voor grond in erfpacht geen erfpachtcorrectie behoeft te worden toegepast om de waarde in het economische verkeer als bedoeld in artikel 17, tweede lid, Wet WOZ te bepalen.
- ii) Een verkoopadvertentie van vergelijkingsobject [a-straat 5] waarin dit vergelijkingsobject in april 2014 te koop wordt aangeboden met een vraagprijs van € 325.000.
- iii) Een advertentie waarin eind 2013 een parkeerplaats in een overdekte parkeergarage gelegen in de omgeving van de woning te koop wordt aangeboden voor € 35.000.
onbezwaarde(cursivering door het Hof) eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. De WOZ-waarde is derhalve de waarde van het object op de peildatum in volle eigendom. Dit uitgangspunt heeft tot gevolg dat indien de verkoopgegevens van een of meer vergelijkingsobjecten betrekking hebben op verkopen van objecten op in erfpacht uitgegeven grond (hierna ook: erfpachtgrond) in plaats de volle eigendom ervan, bij de herleiding van deze verkoopgegevens tot de waarde van de woning de invloed van de erfpacht op de verkoopprijs gecorrigeerd moet worden (de zogenoemde erfpachtcorrectie). Dit betekent dat de woning moet worden gewaardeerd als ware zij gelegen op/boven ‘eigen’ grond en niet op erfpachtgrond.