De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juni 2017 een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank Burgas, Bulgarije. De opgeëiste persoon is veroordeeld tot vrijheidsstraffen van 11 maanden en 3 jaar voor mensenhandel. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat de dubbele strafbaarheid voor het tenuitvoerleggen van het EAB was voldaan.
De rechtbank onderzocht de detentieomstandigheden in Bulgarije aan de hand van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT). Gezien eerdere uitspraken en het CPT-statement van 2015 bestaat er een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in Bulgaarse gevangenissen. De verstrekte garanties door de Bulgaarse autoriteiten waren algemeen en onvoldoende concreet om dit gevaar uit te sluiten.
De officier van justitie verzocht om uitstel van de beslissing vanwege deze onzekerheid. De rechtbank verlengde de beslistermijn voor onbepaalde tijd en stelde de beslissing over de overlevering uit totdat aanvullende concrete informatie over de detentieomstandigheden wordt ontvangen. Tevens werd de oproeping van de opgeëiste persoon en een Bulgaarse tolk bevolen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.