ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2645
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering voor drugssmokkel ondanks verweer gelijkstelling vreemdeling
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 oktober 2012 een vordering tot executieoverlevering van een Nigeriaanse vrouw aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke vrijheidsstraf van drie jaar en vier maanden wegens het vervoeren van circa 1071 gram cocaïne in een trein van Parijs naar Milaan.
De rechtbank stelde vast dat het EAB betrekking heeft op een lijstfeit waarvoor in Italië een straf van ten minste drie jaar geldt, zodat toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De opgeëiste persoon voerde verweer op grond van artikel 6, vijfde lid, Overleveringswet (OLW), stellende dat zij gelijkgesteld moet worden met een Nederlandse onderdaan vanwege haar langdurige verblijf in Nederland en de status van langdurig ingezetene volgens EU-richtlijnen.
De rechtbank verwierp dit verweer omdat de opgeëiste persoon geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezit, een vereiste voor gelijkstelling met een Nederlandse onderdaan. De richtlijn Europese verblijfstitel is correct geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, en de status van langdurig ingezetene wordt niet van rechtswege toegekend. De rechtbank concludeerde dat de overlevering moet worden toegestaan omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en geen weigeringsgronden aanwezig zijn.
Uitkomst: De rechtbank staat de executieoverlevering van de Nigeriaanse vrouw aan Italië toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf.