ECLI:NL:RBAMS:2010:BM1677
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Biller
- M.M. van der Nat
- W.H. van Benthem
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon voor drugshandel naar Italië
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 maart 2010 een vordering tot overlevering van een persoon van Marokkaanse nationaliteit aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De verdachte was in Nederland gedetineerd en beschikte over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet gelijkgesteld kon worden aan een Nederlander omdat hij niet beschikte over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zoals vereist volgens artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW).
De verdediging voerde verweren aan over onduidelijkheid omtrent identiteit en ongenoegzame feitomschrijving, maar deze werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten hoofdzakelijk in Italië waren gepleegd, de drugs bestemd waren voor de Italiaanse markt, en dat medeverdachten al in Italië werden vervolgd. Ondanks dat delen van de feiten in Nederland plaatsvonden, werd op grond van artikel 13, tweede lid, OLW afgezien van de weigeringsgrond.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Italië toe voor drugshandel.