ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak Geert Wilders wegens groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen Geert Wilders, die werd beschuldigd van groepsbelediging, aanzetten tot haat en discriminatie jegens moslims vanwege zijn uitlatingen in artikelen, interviews, internetpublicaties en de film Fitna.
De tenlastelegging omvatte meerdere uitlatingen waarin Wilders de islam en moslims op scherpe wijze bekritiseerde, waaronder het vergelijken van de Koran met Mein Kampf en het tonen van beelden in Fitna die moslims in verband brachten met geweld en terrorisme. Wilders stelde zich op het standpunt dat zijn kritiek zich richtte op de islam als religie en niet op moslims als mensen.
De rechtbank onderzocht de toerekenbaarheid van de uitlatingen aan Wilders, de geldigheid van de dagvaarding en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Vervolgens werd getoetst of de uitlatingen strafbaar waren als groepsbelediging of aanzetten tot haat en discriminatie volgens de artikelen 137c en 137d Sr.
De rechtbank oordeelde dat veel uitlatingen zich richtten op de islam als religie en niet op moslims als groep, waardoor het bestanddeel van groepsbelediging en aanzetten tot haat of discriminatie niet was vervuld. Ook werd de context van het maatschappelijk debat en de vrijheid van meningsuiting meegewogen, waarbij werd benadrukt dat politieke uitlatingen ook mogen kwetsen en choqueren.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor een deel van de tenlastelegging en sprak Wilders vrij van de overige tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam sprak Geert Wilders vrij van groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie wegens uitlatingen over de islam en moslims.