ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2493
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot nader onderzoek en bewijsuitsluiting in Passage-proces inzake getuigenbescherming en afluisterpraktijken
In het Passage-proces heeft verdachte aangevoerd dat zijn verklaringen en de OM-deal onrechtmatig tot stand zijn gekomen door onrechtmatige afluisterpraktijken en misleidende informatieverstrekking door het Team getuigenbescherming (TGB). Hij stelde dat zijn geheimhoudersgesprekken zonder wettelijke grondslag zijn afgeluisterd en dat informatie daaruit is gebruikt om hem te bewegen tot het afleggen van verklaringen.
De rechtbank heeft uitgebreid het wettelijke kader rond toezeggingen aan getuigen en getuigenbescherming besproken, waarbij is vastgesteld dat getuigenbescherming een separaat traject is dat losstaat van de strafvervolging en onder civiele jurisdictie valt. De strafrechter is niet bevoegd om geschillen over getuigenbescherming te beslechten, tenzij sprake is van ernstige schendingen die het strafproces raken.
De rechtbank oordeelde dat geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor onrechtmatige verkrijging van verklaringen of voor ontoelaatbare toezeggingen in ruil voor verklaringen. Ook is geen begin van aannemelijkheid dat het openbaar ministerie informatie uit afgeluisterde geheimhoudersgesprekken heeft gebruikt om de OM-deal te beïnvloeden. Verzoeken tot het horen van getuigen en nader onderzoek zijn afgewezen.
Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is eveneens afgewezen omdat de verdenking en gronden voor hechtenis onverminderd aanwezig zijn. De verdachte kan zijn klachten over de getuigenbescherming en afluisterpraktijken civielrechtelijk aanvechten.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle verzoeken tot nader onderzoek, bewijsuitsluiting en opheffing voorlopige hechtenis af.