ECLI:NL:HR:2001:AB2732
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending art. 98 Sv en verwijst zaak terug
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een schending van artikel 98 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof oordeelde dat de huiszoeking en inbeslagneming van medische gegevens in strijd waren met de wettelijke bepalingen, wat in beginsel tot bewijsuitsluiting moest leiden. Omdat dit materiaal onderdeel was geworden van het strafdossier en daarop verder opsporingsonderzoek was gebaseerd, vond het hof dat een ernstig rechtsbeginsel was geschonden en verklaarde het OM niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof de maatstaf voor niet-ontvankelijkheid niet correct had toegepast. Hoewel ernstige schendingen van beginselen van behoorlijke procesorde tot niet-ontvankelijkheid kunnen leiden, was hier geen sprake van doelbewust of grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de sanctie van niet-ontvankelijkheid passend was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting. Daarbij moet het hof beoordelen in hoeverre het in beslag genomen materiaal en de daarop gebaseerde opsporingsresultaten als bewijs kunnen worden gebruikt. De overige middelen werden niet behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.