ECLI:NL:RBALM:2008:BG9926
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Inden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering asbestschade wegens absolute verjaring
X vordert namens zichzelf en als erfgenaam van Y schadevergoeding van Eternit vanwege blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden in 1971. Y kreeg in 2005 de diagnose mesothelioom, bevestigd in 2006, en overleed in 2007. Eternit erkent producent te zijn geweest maar betwist dat de gebruikte platen van haar afkomstig waren en voert verjaring aan.
De rechtbank stelt vast dat de absolute verjaringstermijn van 30 jaar is verstreken, aangezien de blootstelling rond 1971 plaatsvond en de vordering pas in 2008 werd ingesteld. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn bij verborgen schade, oordeelt de rechtbank dat het beroep op verjaring hier terecht is, mede gelet op de redelijkheid en billijkheid en de termijn waarbinnen de vordering is ingesteld.
De rechtbank overweegt dat Eternit bekend was met de gezondheidsrisico’s van asbest en dat er geen verzekering voor de schade bestaat. Niettemin weegt het belang van rechtszekerheid en de strikte naleving van de verjaringstermijn zwaarder. De vordering wordt afgewezen en X wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van X af wegens verjaring van de aanspraak op schadevergoeding.