Conclusie
Nummer 24/03675
middelbehelst de klacht dat het hof niet in voldoende mate de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot oplegging van een vrijheidsbenemende straf, althans de oplegging en de hoogte van de vrijheidsbenemende straf onbegrijpelijk en onvoldoende duidelijk heeft gemotiveerd. De steller van het middel voert aan dat de oplegging van de hechtenis verbazing wekt. De wijze waarop de justitiële documentatie strafverzwarend wordt gebruikt zou verbazing wekken nu de verdediging heeft aangevoerd dat de enige documentatie ziet op de Wegenverkeerswet en niet op de Opiumwet. De strafmotivering zou in het bijzonder duidelijk dienen te zijn in gevallen waar de strafoplegging zowel qua strafmaat als grotendeels ook qua strafmodaliteit afwijkt van hetgeen de verdediging gemotiveerd heeft bepleit. De door het hof gebezigde motivering zou niet voldoen aan de motiveringsvoorschriften van art. 359, tweede, vijfde en zesde lid, Sv.
‘Oplegging van straf voor feiten 1 en 2 onder parketnummer 05-13319823
.Het in artikel 359 lid 2 Sv Pro neergelegde motiveringsvoorschrift heeft daarnaast zelfstandige betekenis. Dit voorschrift brengt met zich dat de rechter zijn beslissing over de strafoplegging nader moet motiveren als die beslissing afwijkt van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging of het openbaar ministerie.
.