Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1201

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
18/05504
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 304 SrArt. 9.1 Wet tijdelijk huisverbodArt. 509hh.1.b SvArt. 14b.2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak mishandeling kind met huisverbod en gedragsaanwijzing

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor meermalen gepleegde mishandeling van zijn kind. Het hof had onder meer een gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel en een proeftijd van vijf jaar opgelegd. Daarnaast waren er maatregelen getroffen zoals een huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing ex artikel 509hh.1.b Sv.

De verdachte richtte zich in cassatie tegen de motivering van de strafoplegging, met name tegen de duur van de proeftijd verbonden aan het voorwaardelijke deel van de straf. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven.

Het arrest werd op 7 juli 2020 gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en van de Griend. Het beroep werd verworpen en het hofarrest bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het hofarrest met de opgelegde straf en maatregelen blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05504
Datum7 juli 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2018, nummer 22/005476-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2020.