Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor meermalen gepleegde mishandeling van zijn kind. Het hof had onder meer een gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel en een proeftijd van vijf jaar opgelegd. Daarnaast waren er maatregelen getroffen zoals een huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing ex artikel 509hh.1.b Sv.
De verdachte richtte zich in cassatie tegen de motivering van de strafoplegging, met name tegen de duur van de proeftijd verbonden aan het voorwaardelijke deel van de straf. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven.
Het arrest werd op 7 juli 2020 gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en van de Griend. Het beroep werd verworpen en het hofarrest bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het hofarrest met de opgelegde straf en maatregelen blijft in stand.