Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.De prejudiciële vragen
De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Heeft Nederland rechtsmacht?
6b. De betekenis van gepleegd ‘tegen een Nederlandse overheidsinstelling’ en de valse geschriften
4.Juridisch kader
(…)
3. aan valschheid hetzij in schuldbrieven of certificaten van schuld van den Nederlandschen staat of van eene Nederlandsche provincie, gemeente of openbare instelling, hetzij in de tot een dezer stukken behoorende talons, dividend- of rentebewijzen, of in de bewijzen in plaats van deze stukken uitgegeven, of aan het opzettelijk gebruik maken van eenig der hier vermelde geschriften;” [16]
Code pénal(hierna: CP) en de artt. 1 tot en met 7 van de
Dispositions Préliminairesbij de Franse
Code d’instruction criminelleen daarom “geene bijzondere toelichting” schijnen te behoeven. [23]
Traité de l’instruction criminelleonderscheidt Hélie in art. 5 Code Pro d’instruction criminelle twee “aanvallen” (“
attentats”) tegen de staat, de ene tegen de veiligheid van de staat zelf en de andere tegen “zijn kredietwaardigheid, zijn handel en zijn bezittingen” (“
son crédit, son commerce et ses propriétés”). [28] Hij verwijst daarbij naar de discussie in de Conseil d’état waar werd opgemerkt dat het niet gaat om twijfelachtige en willekeurige misdrijven die in het ene land wel en in het andere niet als misdrijven worden beschouwd, maar om feiten die overal als strafbaar worden beschouwd. [29]
2. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
4.De voorgestelde aanpassingen
NJ1939/367, m.nt. W.P.J. Pompe had de verdachte een vervalst orderbriefje door zijn procureur in een civiel geding laten overleggen. Het ten laste gelegde ‘doen overleggen’ van dat orderbriefje leverde naar het oordeel van de Hoge Raad ‘gebruik’ op in de zin van art. 225 Sr Pro – zonder dat daarmee sprake was van doen plegen in de zin van art. 47 Sr Pro. Hieruit kan worden afgeleid dat het ‘gebruik maken’ van een vals geschrift ook functioneel kan worden gepleegd. [37] Bakker acht dat goed verdedigbaar, nu het ‘gebruik maken’ als voornaamste kenmerk heeft dat (een lid van) de maatschappij met het valse geschrift in aanraking wordt gebracht en aldus het maatschappelijk effect van hetgeen de dader doet strafrechtelijk van belang is, niet zozeer het fysiek handelen. [38]
inook
buitenNederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd (de ‘locus delicti’), is vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk op grond van art. 2 Sr Pro, óók ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. [46]
de leer van de lichamelijke gedraging). Ook de plaats waar het gevolg van het handelen van de dader intreedt, kan (mede) voor de locus delicti doorgaan [47] (
de leer van het constitutieve gevolg). De gedachte daarachter is dat de daad wordt bestraft op de plaats waar zij zich doet gevoelen, in de staat waarvan de rechtsorde geschaad is en waar eventueel particuliere belangen zijn aangetast. [48] Deze benadering vertoont enig overlap met
de leer van het instrument, die inhoudt dat bij een delict waarbij het handelen op een andere locatie plaatsvindt dan waar zich het uiteindelijke resultaat daarvan manifesteert, de plaats waar het instrument zijn werk doet geldt als de plaats waar het feit begaan is. [49] Voor het bepalen van de locus delicti kunnen kortom dus zowel (i) het handelen van de dader, (ii) de werking van het instrument als (iii) het intreden van het gevolg bepalend zijn. [50]
NJ1993/744, in welke zaak naar de Belastingdienst aangiftebiljetten met valse verzamelloonstaten waren verstuurd. De Hoge Raad oordeelde dat als plaats waar (onder meer) de ten laste gelegde valsheid in geschrift (in de zin van art. 225 lid 2 Sr Pro) is begaan mede is aan te merken de plaats waarnaar de ingevulde verzamelloonstaten zijn toegezonden.
5.Extraterritoriale rechtsmacht over valsheid in geschrift in het buitenland
locus delictivan valsheiddelicten in deze landen wordt uitgelegd en toegepast.
. [60]
Auslandstaten gegen international geschützte Rechtsgüter”). Deze inbreuken worden nader gespecificeerd in de onderdelen 1 tot en met 9 van § 6 StGB. Daarin wordt valsheid in geschrift niet genoemd, maar wel valsemunterij en vervalsing van waardepapieren:
nach der Vorstellung des Täters eintreten sollte”). De plaats van het gevolg lijkt evenwel alleen dan een uitgangspunt voor rechtsmacht op te leveren wanneer het gevolg onderdeel is van de delictsomschrijving. Dit wordt geïllustreerd door een uitspraak van 27 april 1999 het Oberlandesgericht Köln (hierna: OLG Köln), waarin de verdachte werd vervolgd voor het verstrekken van onjuiste gegevens als thans strafbaar gesteld in § 95 aanhef en onder 2 AufenthG (destijds § 92 lid 2 nr. 2 Ausländergesetz (hierna: AuslG)). [62] De verdachte had in de Duitse ambassade in Belgrado een visumaanvraag vals ingevuld door daarop, in strijd met de waarheid, aan te geven dat zij getrouwd was. Op grond van die onjuiste opgave ontving zij een visum. Het OLG Köln oordeelde dat op de feiten die ten grondslag liggen aan de veroordeling – het verstrekken van onjuiste gegevens aan de Duitse ambassade in Belgrado bij de aanvraag van het visum – het Duitse strafrecht niet van toepassing is. Voor het ten laste gelegde feit komt als mogelijke pleegplaats de plaats van de handeling of de plaats waar de dader had moeten handelen in aanmerking als aanknopingspunt voor rechtsmacht, maar niet (ook) de plaats van het resultaat, omdat § 92 lid 2 nr. 2 AuslG geen “tot het strafbare feit behorend resultaat” vereist. De omstandigheid dat de onjuiste gegevens hebben geleid tot de afgifte van een overeenkomstig document, is namelijk geen vereiste voor strafbaarheid op grond van deze bepaling. [63] Het OLG Köln verwees in dat kader naar een uitspraak van het Oberlandesgericht Karlsruhe (hierna: OLG Karlsruhe) van 27 januari 1998, waarin het ten laste gelegde strafbare feit wordt omschreven als een abstract gevaarlijk delict, waarbij het gevaar zich al voordoet wanneer de vreemdeling gegevens verstrekt die in het algemeen, zij het niet in het specifieke geval, geschikt zijn om hem ten onrechte een verblijfsvergunning te verschaffen. [64] Het OLG Köln concludeerde tegen deze achtergrond dat de strafbare gedraging van de verdachte in deze zaak onmiddellijk werd voltooid op het moment van het verstrekken van de gegevens en de Duitse ambassade in Belgrado daarom als pleegplaats had te gelden. In recente commentaren op § 95 aanhef en onder 2 AufenthG wordt deze rechtspraak overgenomen. [65]