ECLI:NL:GHSHE:2026:724
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- R.G.A. Beaujean
- H.A.T.G. Koning
- W.P.A. Korver
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over prejudiciële vragen inzake extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift IND-formulier
In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift, namelijk het valselijk opmaken van een IND-formulier in het kader van een nareisprocedure voor gezinshereniging. De verdachte heeft het formulier in Syrië ingevuld met onjuiste gegevens over zijn burgerlijke staat en zorg voor kinderen, met het oogmerk het formulier als echt te gebruiken.
Het hof onderzoekt in hoger beroep de rechtsmacht van Nederland, omdat het feit deels buiten Nederland is gepleegd door een niet-Nederlander. Het hof overweegt dat de toepasselijkheid van extraterritoriale rechtsmacht op grond van artikel 4 Sr Pro onderdeel d beperkt moet worden uitgelegd, waarbij alleen valsheden die een financieel karakter hebben en een nationaal belang schenden onder deze bepaling vallen.
Het hof verwijst naar eerdere arresten van het Gerechtshof Den Haag die deze uitleg ondersteunen en concludeert dat in dit geval de valsheid niet is gepleegd tegen een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van artikel 4 Sr Pro. Daarom stelt het hof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de betekenis van 'gewichtige algemene nationale rechtsbelangen' en de reikwijdte van artikel 4 Sr Pro bij valsheid in IND-formulieren.
Het onderzoek wordt geschorst in afwachting van de beantwoording van deze vragen door de Hoge Raad, waarbij het hof het zaaksoverstijgende belang benadrukt. De verdachte, zijn raadsvrouw en een tolk worden opgeroepen voor een nog te bepalen zitting.
Uitkomst: Het hof schorst de zaak en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de uitleg van extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in een IND-formulier.