Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdelen 1 en 2klagen over het oordeel dat Dexia onvoldoende heeft betwist dat [verweerder] voor het sluiten van de overeenkomsten door Spaar Select respectievelijk Alpha Emergo is geadviseerd
.Onderdeel 3bevat een veegklacht.
(i) dat de gebruikelijke werkwijze van Spaar Select niets zegt over de vraag of in het geval van de afnemer sprake is geweest van een advies in de zin van het arrest B/Dexia; en
(ii) dat de vaststelling dat de stellingen van de afnemer aansluiten bij de gebruikelijke werkwijze van Spaar Select, zonder enige verdere staving aan de hand van stukken, niet als grondslag kan dienen voor het oordeel dat Dexia de stellingen van de Afnemer onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, waarbij er door het middel op werd gewezen (a) dat de beweerde gebruikelijke werkwijze van Spaar Select niet altijd is gevolgd, (b) deze in het geval van de afnemer niet is gevolgd nu bij hem geen sprake is van een Persoon Financieel Plan en planning en (c) dat sprake is van blote stellingen die de afnemer pas na 16 jaar voor het eerst naar voren heeft gebracht. [12]
““In dit gesprek heeft de adviseur geïnformeerd naar de financiële situatie en de financiële wensen. De wens van [verweerder] om vermogen op te bouwen voor de toekomst van de kinderen is tevens weer ter sprake gekomen. Ook is uitgebreid gesproken over de eerder afgesloten overeenkomsten. Volgens de adviseur zou het goed gaan met de eerder afgesloten Maximaal Rendement Effect overeenkomsten en zou [verweerder] er goed aan doen om nog twee Capital Effect overeenkomsten af te sluiten.” (…)
subonderdelen 1.1-1.3en richt zich tegen rov. 4.10, 4.11 en 4.18-4.20. Het onderdeel bestrijdt het oordeel van het hof dat Dexia onvoldoende heeft betwist dat [verweerder] voor het sluiten van de overeenkomsten door Spaar Select respectievelijk Alpha Emergo is geadviseerd.
Voorts heeft het hof overwogen dat Dexia deze stellingen slechts in algemene zin heeft betwist (rov. 4.10), dat uit de door [verweerder] overgelegde producties voldoende volgt dat Spaar Select en Alpha Emergo een gebruikelijke werkwijze hadden die aansluit bij de concrete stellingen van de afnemer over hoe Spaar Select en Alpha Emergo in zijn geval hebben gehandeld, dat het op de weg van Dexia had gelegen om concreet te stellen en toe te lichten dat en op welke wijze in onderhavig geval is afgeweken van die gebruikelijke werkwijze, en dat daartoe onvoldoende is het in algemene bewoordingen geformuleerde verweer dat Spaar Select zich in veel zaken onthield van het geven van advies (rov. 4.11).
Anders dan het subonderdeel veronderstelt, berusten deze oordelen niet op de omstandigheid dat Dexia heeft afgezien van controle. Deze omstandigheid speelt geen rol bij de beoordeling in rov. 4.11 van de vraag of [verweerder] voldoende feiten heeft gesteld ter adstructie van zijn stelling dat hij is geadviseerd, maar enkel bij de beoordeling of Dexia de door [verweerder] naar voren gebrachte feiten voldoende gemotiveerd heeft betwist. In zoverre berust het subonderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag
(i) (ook bij gebreke van de gebruikelijke schriftelijke afspraakbevestiging) niet is komen vast te staan dat een huisbezoek heeft plaatsgevonden, althans dat [verweerder] daartoe onvoldoende heeft gesteld en aangetoond;
(ii) sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022 standaard zijdens afnemers wordt gesteld dat de tussenpersoon zou hebben geïnformeerd naar de financiële situatie en de financiële doelen van de afnemers, maar dat uit de gedingstukken niet blijkt dat in de onderhavige zaak ook daadwerkelijk zou zijn geïnformeerd naar de financiële situatie en de financiële doelen van [verweerder];
(iii) Spaar Select en Alpha Emergo geen vaste werkwijze hanteerden waarbij afnemers standaard een gepersonaliseerde aanbieding ontvingen;
(iv) in de onderhavige zaak ook daadwerkelijk geen vergunningplichtig advisering heeft plaatsgevonden, zodat in zoverre in de kwestie [verweerder] ook is afgeweken van een eventuele gebruikelijke gang van zaken.
Onder verwijzing naar deze stellingen voert het subonderdeel aan dat Dexia uitdrukkelijk heeft betwist dat [verweerder] tijdens een eventueel huisbezoek is gevraagd naar zijn financiële situatie en zijn financiële doelen en dat aan hem een gepersonaliseerde aanbeveling is gedaan, dat Spaar Select en Alpha Emergo een vaste werkwijze zouden hebben gehanteerd waarbij een dergelijke bevraging van en een aanbeveling aan de betreffende afnemer werd gedaan, en dat een eventuele bij de betreffende tussenpersonen bestaande gebruikelijk werkwijze bij [verweerder] niet is gevolgd, omdat geen vergunningplichtig advisering heeft plaatsgevonden.
Het hof verwijst hiernaar in rov. 4.11. Het lag volgens het hof op de weg van Dexia om concreet te stellen en toe te lichten dat en op welke wijze in dit geval is afgeweken van die gebruikelijke werkwijze (en om navraag te doen bij Spaar Select en Alpha Emergo naar de aard van hun betrokkenheid, welk onderzoek Dexia kennelijk niet heeft verricht). In het licht hiervan heeft het hof kennelijk de hiervoor in 3.11 onder (i), (ii) en (iv) bedoelde stellingen van Dexia beoordeeld.
Voor zover Dexia heeft betwist dat er huisbezoeken bij [verweerder] hebben plaatsgevonden met het argument dat in deze zaak een afspraakbevestiging ontbreekt, is deze betwisting algemeen van aard in de zin dat het door Dexia gebruikte argument a-contrario is ontleend aan redeneringen in andere zaken. Het hof kon daaraan overigens voorbijgaan, omdat de afwezigheid van een afspraakbevestiging niet de mogelijkheid uitsluit dat een huisbezoek heeft plaatsgevonden.
subonderdeel 1.2bedoelde stellingen van Dexia, [15] berusten zij op een onjuiste lezing van het arrest en falen zijn het bij gebrek aan feitelijke grondslag.
In het licht van het voorgaande faalt ook de klacht (in
nr. 29van de procesinleiding) dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, omdat Dexia uitdrukkelijk heeft betwist dat huisbezoeken hebben plaatsgevonden en het hof die betwisting niet (kenbaar) in zijn oordeel heeft betrokken.
in de eerste plaats(in
nrs. 31-32) dat indien en voor zover het hof van oordeel is geweest dat Dexia nog meer had moeten stellen ter onderbouwing van haar betwisting dan zij gedaan heeft, dat getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Van Dexia mocht niet meer worden verwacht dan dat zij concreet de stellingen van [verweerder] betwistte, hetgeen Dexia ook heeft gedaan. Van Dexia mocht niet worden verlangd dat zij haar verweer al zou onderbouwen met bewijsstukken, omdat de levering van het tegenbewijs door Dexia zal moeten plaatsvinden door middel van het horen van getuigen, waaronder de betrokken medewerkers van de tussenpersonen van Dexia in deze zaak en door het horen van [verweerder] zelf.
subonderdeel 1.2. Het hof heeft in rov. 4.11 overwogen dat Dexia, gelet op de gemotiveerde stellingname van [verweerder], onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat [verweerder] voorafgaand aan het sluiten van de effectenleaseovereenkomst een gepersonaliseerde aanbeveling tot het aangaan van de overeenkomst heeft gekregen van Spaar Select en Alpha Emergo. Dit is een aan het hof als feitenrechter voorbehouden afweging.
Voor zover het subonderdeel uit de overwegingen van het hof opmaakt dat van Dexia een onderbouwing met bewijsstukken werd verlangd, faalt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag, omdat zij uitgaat van een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Het hof overweegt (in rov. 4.11) dat, gelet op de omstandigheid dat uit de door [verweerder] overgelegde producties voldoende volgt dat Spaar Select en Alpha Emergo een gebruikelijke werkwijze hadden die aansluit bij de concrete stellingen van [verweerder] op dit punt, het op de weg van Dexia had gelegen om “concreet te stellen en toe te lichten dat en op welke wijze in het onderhavige geval is afgeweken van die gebruikelijke werkwijze”. Van Dexia werd – anders dan het subonderdeel betoogt – dan ook niet verlangd dat zij haar stellingen zou onderbouwen met bewijsstukken.
in de tweede plaats(in
nrs. 33-34) dat rechtens onjuist is dat het hof de omvang van de betwistplicht van Dexia heeft ingevuld op basis van informatie waarover zij niet daadwerkelijk beschikt, maar volgens het hof zou hebben beschikt als zij aan een bepaalde (en vermeende) materiële rechtsplicht uitvoering had gegeven, namelijk om destijds bij Spaar Select en Alpha Emergo onderzoek te doen naar hetgeen was voorgevallen in het verkeer met [verweerder]. Bij beantwoording van de vraag of een partij de stellingen van haar wederpartij voldoende gemotiveerd betwist heeft, mag volgens de klacht slechts belang toekomen aan de informatie waarover eerstgenoemde partij daadwerkelijk of beschikt of moet beschikken, dat laatste in die zin dat het niet anders kan dan dat die partij over die informatie beschikt.
Het nalaten van het destijds inwinnen van dergelijke informatie wordt door het hof bestraft met het voor waar aannemen van de stellingen van [verweerder]. Dit verzuim behoort volgens de klacht niet tot gevolg te hebben dat een procespartij het recht wordt ontzegd de ware toedracht boven water te halen.
Indien en voor zover Dexia al gehouden zou zijn om het door het hof in rov. 4.11 en 4.18 bedoelde onderzoek naar de aard van de betrokkenheid van Spaar Select en Alpha Emergo te doen, dan ligt voor de hand dat Dexia te horen zou hebben gekregen dat er geen gepersonaliseerde aanbeveling is gedaan. Dexia had dan ook niet anders of meer kunnen doen dan de door [verweerder] gestelde feiten te betwisten op de wijze waarop zij dat thans heeft gedaan. Daarmee was de betwisting voldoende, aldus het subonderdeel.
subonderdeel 1.3slagen niet.
subonderdelen 2.1 tot en met 2.4klachten tegen rov. 4.11, 4.18 en 4.20
subonderdeel 2.1, samengevat, volgt uit het in onderdeel 1 gestelde dat Dexia voldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen de stellingen van [verweerder] dat hij tijdens huisbezoeken op basis van de bij hem opgevraagde financiële situatie en doelen een gepersonaliseerd aanbod heeft ontvangen en dat sprake zou zijn van een vaste werkwijze van de betrokken tussenpersonen. Dat is voldoende om te worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Het hof heeft dat volgens het subonderdeel miskend, althans is diens oordeel onbegrijpelijk.
Subonderdeel 2.3klaagt dat voor zover in de oordelen van het hof besloten zou liggen dat op grond van een waardering van de in de processtukken reeds aanwezige bewijsstukken [verweerder] vergunningplichtig zou zijn geadviseerd en een gepersonaliseerd aanbod zou hebben ontvangen, geldt dat het hof alsdan heeft miskend dat daartegen ingevolge art. 151 lid 2 Rv Pro tegenbewijs openstaat, voordat de definitieve waardering van de bewijsmiddelen wordt gegeven.
Subonderdeel 2.2verwijst nog naar rov. 4.23, maar die overweging ziet in het algemeen op hetgeen in het arrest aan de orde is gekomen en doet niet af aan de oordelen van het hof in rov. 4.11, 4.18 en 4.20.
onderdeel 3, inhoudende dat met het slagen van bovenstaande klachten ook rov. 4.12 en 4.18, alsmede rov. 4.19-4.20, 4.22 en 4.24-4.25 en het dictum geen stand kunnen houden, faalt in het spoor van bovenstaande klachten.