Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.“
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens mishandeling waarbij het slachtoffer blijvend gehoorverlies en tinnitus opliep. Het hof kende de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding van €10.000 toe, mede vanwege de impact op zijn beroepsuitoefening als muzikant.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte psychische schade had meegewogen zonder een vastgesteld causaal verband met het lichamelijk letsel. De Hoge Raad overwoog dat psychische gevolgen van lichamelijk letsel mogen worden betrokken bij de schadevergoeding, ook zonder dat geestelijk letsel in rechte is vastgesteld, mits er voldoende verband is.
Het hof had vastgesteld dat het gehoorverlies en tinnitus een grote impact hadden en dat de psychische schade grotendeels daaraan te wijten was. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en verwierp het middel. De schadevergoedingsmaatregel werd bevestigd en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de immateriële schadevergoeding van €10.000 wordt bevestigd.