Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Feit 1
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot 52 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting en diefstal met een valse sleutel, gepleegd in de periode augustus tot november 2022. Het hof ’s-Hertogenbosch bevestigde dit vonnis, met uitzondering van beslissingen over beslag en schadevergoeding, en legde dezelfde straf op.
De feiten betroffen georganiseerde helpdeskfraude waarbij de verdachte en mededaders via listige kunstgrepen bankpassen en pincodes van 26 slachtoffers, voornamelijk oudere en kwetsbare personen, bemachtigden. Met deze passen werd ruim €103.000,- van de rekeningen opgenomen. De rechtbank en het hof oordeelden dat de verdachte geen berouw toonde en uit winstbejag handelde.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude niet toepaste op de bewezenverklaarde oplichting. De Hoge Raad overweegt dat de LOVS-oriëntatiepunten fraude niet automatisch van toepassing zijn op oplichting onder artikel 326 Sr Pro en dat het hof een begrijpelijke motivering gaf voor het niet toepassen ervan in deze zaak.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel faalt en bevestigt het arrest van het hof. De strafoplegging is passend gelet op de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en het ontbreken van strafverminderende omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van 52 maanden voor medeplegen van oplichting en diefstal.