Conclusie
1.Inleiding
De bewezenverklaring, verklaringen van de verdachte ter terechtzitting van het hof en de standpunten van de verdediging
3.Het eerste en tweede middel
tweede middel. Daarin wordt geklaagd dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet is af te leiden dat de verdachte zich ervan bewust was “dat de factuur onjuist was”, “althans niet (reeds) op het moment dat hij de aangifte omzetbelasting (…) indiende, en ook niet (reeds) op het moment dat hij deze factuur aan de ambtenaar van Belastingdienst (…) overhandigde”. De steller van het middel acht wetenschap over de valsheid van de factuur van 30 juli 2013 kennelijk noodzakelijk voor het opzet van de verdachte op het doen van de onjuiste aangifte.
eerste middel. Daarin wordt geklaagd dat het hof de verklaring die de verdachte tijdens de terechtzitting bij de rechtbank heeft afgelegd, in de bewijsmiddelen onjuist (zakelijk) heeft weergegeven, doordat de verdachte bij de rechtbank niet heeft verklaard dat hij de factuur verkeerd in de administratie heeft verwerkt en ook niet dat hij ten onrechte omzetbelasting daarover heeft teruggevraagd.
4.Het derde middel
Strafmotivering