ECLI:NL:PHR:2025:570
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij voorhanden hebben vuurwapen en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III. Verdachte had een rugzak ontvangen die een revolver bevatte en rende ermee weg van de politie. De rechtbank en het hof oordeelden dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de rugzak verboden voorwerpen bevatte, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet.
In cassatie werd aangevoerd dat onvoldoende was vastgesteld hoe lang en onder welke omstandigheden verdachte de rugzak had en dat het wegrennen weinig gelegenheid bood om de inhoud te onderzoeken. De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de rugzak een vuurwapen bevatte, niet onbegrijpelijk is en voldoende gemotiveerd. Het feit dat verdachte de inhoud niet controleerde, doet hieraan niet af.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis echter vanwege overschrijding van de redelijke termijn sinds het instellen van het cassatieberoep, hetgeen leidt tot strafvermindering. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat voor het voorhanden hebben van een wapen een minder vergaande mate van bewustheid vereist is dan voorwaardelijk opzet, maar dat ook met voorwaardelijk opzet sprake is van voorhanden hebben.
De cassatieakte werd tijdig ontvangen ondanks een datumverschil. De uitspraak bevestigt de jurisprudentie over het criterium van bewustheid bij het voorhanden hebben van wapens en de toepassing van strafvermindering bij termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.