ECLI:NL:PHR:2025:185
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van beschikking over teruggave van verbeurd verklaard geldbedrag
De rechtbank Den Haag verklaarde het beklag van klaagster gegrond en gelastte de teruggave van €100.000,- die eerder was verbeurd verklaard in een strafzaak tegen verdachte wegens witwassen van een bedrag van ruim €4 miljoen. De rechtbank oordeelde dat klaagster als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat het bedrag haar toekwam in de zin van artikel 552b Sv.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad onderzocht of de rechtbank terecht had geoordeeld dat klaagster als belanghebbende kon worden aangemerkt en of het bedrag haar toekwam. De Hoge Raad overwoog uitgebreid de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie omtrent artikel 552b Sv en het begrip belanghebbende, waarbij het onderscheid tussen een vordering tot betaling en een recht op afgifte van een specifiek voorwerp centraal stond.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door te oordelen dat klaagster als belanghebbende kon worden aangemerkt, terwijl zij slechts een vordering tot terugbetaling van een bedrag van dezelfde hoogte had en geen recht op afgifte van het specifieke verbeurd verklaarde geldbedrag. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift.
Deze beslissing benadrukt de grenzen van de strafvorderlijke beklagprocedure en het belang van een juiste juridische toetsing van het begrip belanghebbende en toekomende in zaken over verbeurdverklaring en teruggave van geldbedragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift.