ECLI:NL:PHR:2025:1353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep door gebrekkige oproeping
In deze zaak gaat het om de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep, zoals vastgesteld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 29 augustus 2023. De verdachte was niet op de terechtzitting verschenen, en zijn raadsman had de verdediging neergelegd. De verdachte was opgeroepen voor de zitting, maar er was geen bewijs dat deze oproeping op de juiste wijze was betekend. De advocaat van de verdachte had ook geen afschrift van de oproeping ontvangen, wat in strijd is met artikel 48 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De Hoge Raad concludeert dat de oproeping niet rechtsgeldig was, wat leidt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en terugwijzing van de zaak. De Hoge Raad merkt op dat de uitspraak meer dan 24 maanden na het instellen van cassatie zal plaatsvinden, wat een schending van het recht op een redelijke termijn van berechting kan inhouden. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting van 29 augustus 2023.