Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
1. Het verzoek tot uitlevering en de overgelegde stukken
2.Het onderzoek ter zitting
3.Beoordeling van de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering
3.Het tweede middel
“meer in het bijzonder bevinden (vermeende) aanhangers van de Gülen beweging zich in een kwetsbare positie, alsmede personen die betrokkenen zijn (geweest) bij het corruptieonderzoek tegen de (familie van) overheidsdienaren/leden van de regering Erdogan en personen met een Koerdische achtergrond en (vermeende) banden met de PKK. ”
zeerzorgwekkend geworden. Zo zijn er in februari dit jaar bijna 300 personen aangehouden in Turkije die in verband worden gebracht met de PKK. En na een detentieperiode van ongeveer 25 jaar riep PKK leider Abdullah Ocalan op 12 mei jl. plotseling op tot ontwapening van de PKK.
(bijlage).
(bijlage).Als gevolg daarvan is hem in het verleden een inreisverbod voor Turkije opgelegd voor de duur van
20 jaar.
(bijlage).
(bijlage).
(Dreigende) schending van fundamentele mensenrechten
nietaan de uitleveringsrechter is, te oordelen over de gegrondheid van zo’n beroep op een dreigende mensenrechtenschending. Dit kan evenwel anders zijn indien naar aanleiding van een bij de behandeling van het uitleveringsverzoek ter zitting
voldoende onderbouwd verweeris komen
vast te staandat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 lid 1 EVRM Pro en/of art. 14 lid 1 IVBPR Pro toekomend recht, en
tevensdat hem na zijn uitlevering ter zake van die inbreuk niet een rechtsmiddel als bedoeld in art. 13 EVRM Pro en/of art. 14 lid 1 IVBPR Pro ten dienste staat. [3]