ECLI:NL:PHR:2025:1295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest mishandeling wegens onvoldoende bewijs volgens art. 342 lid 2 Sv
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling door een emmer tegen het gezicht van het slachtoffer te slaan. Het hof baseerde zijn oordeel op de verklaring van het slachtoffer, de verklaring van de verdachte en een vaststelling dat verdachte met een bepaalde naam werd aangesproken.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, met name dat de verklaring van het slachtoffer niet voldoende werd ondersteund door ander bewijs, zoals vereist in art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis nullus testis). De advocaat-generaal concludeerde dat het bewijs onvoldoende steun vond in de verklaring van de verdachte, die slechts bevestigde dat zij de emmer terugvorderde, maar niet dat zij het slachtoffer sloeg.
Daarnaast stelde de advocaat-generaal vast dat het hof geen concreet bewijsmiddel had aangeduid voor het geconstateerde letsel bij het slachtoffer, waardoor dit letsel niet als bewijs kon worden meegewogen. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het bewijsminimum niet was gehaald en vernietigde het arrest van het hof, met terugwijzing voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs.