Conclusie
Nummer23/02338
Het eerste middel
1. Primair
Het tweede middel
Schending aanwezigheidsrecht
Het derde middel
2. Subsidiair
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het overschrijden van de maximumsnelheid op een openbare weg met circa 99 km/u waar 50 km/u was toegestaan. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde de veroordeling en legde een geldboete van €800,- op, subsidiair 16 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 4 maanden.
De verdediging stelde in cassatie drie middelen aan de orde: de geldigheid van de inleidende dagvaarding, schending van het aanwezigheidsrecht door verwarring over oproepingen en dagvaardingen, en overschrijding van de redelijke termijn vanwege het niet-voortvarend betekenen van het verstekvonnis.
De Hoge Raad verwierp de eerste twee middelen. Het hof had terecht geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en dat het aanwezigheidsrecht niet was geschonden. Het derde middel slaagde echter: de verstekmededeling was niet binnen een redelijke termijn betekend, omdat deze pas ruim anderhalf jaar na het verstekvonnis aan de verdachte in persoon was uitgereikt, en eerdere pogingen tot betekening waren mislukt zonder dat een afschrift naar het juiste adres was verzonden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de hoogte van de geldboete betrof, verminderde de boete en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn bij betekening van het verstekvonnis.