Conclusie
Inleiding
Het eerste en het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
A.1. Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie vanwege het bepaalde in artikel 69 lid 3 AWR Pro
allefacturen (en veelal urenstaten, verschottenbonnen en staten daarvan) van [bedrijf 3] inzaten. Vanaf dat moment was de informatie bij de Belastingdienst aanwezig om de aanslagen op te leggen conform het door [bedrijf 1] fiscaal ingenomen standpunt.
allevanuit [bedrijf 3] verrichte werkzaamheden en de bankrekening van [bedrijf 3] heeft gedeeld. Nu echter reeds alle facturen, factuurlichamen, urenspecificaties en verschottenadministraties beschikbaar waren gesteld op 6 september 2010, is dit oordeel onjuist.
D-049en
D-050), dus ook dit oordeel is onjuist. Daarnaast was de buitenlandse bankrekening van [bedrijf 3] niet relevant voor de fiscale positie van onze cliënt, en daarmee geen noodzakelijke informatieverstrekking voor de beoordeling of aan de toets van artikel 69 lid 3 AWR Pro was voldaan.
P15
moet naar 's Hof oordeel worden geconcludeerd dat de juiste en volledige inlichtingen en gegevens zo spoedig mogelijk zijn verstrekt, althans dat belanghebbende op voldoende voortvarende wijze aan haar onder 5.5.2. bedoeld voornemen – de litigieuze loon- en omzetbelastingschulden tot klaarheid te brengen – uitvoering heeft gegeven en dat derhalve, mede gelet op het onder 5.5.2. overwogene, sprake is van (volledige) inkeer in de zin van artikel 67n AWR”
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Feit 3
facturen GE [bedrijf 5]:
1. Facturen GE [bedrijf 5]
Het derde cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Een geschrift, zijnde een brief van [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2011, inhoudende (bijlage D-140, ordner 7 “Documenten D-101 t/m D-223”, p. 2196):
Een geschrift, zijnde een afschrift van een e-mailwisseling, inhoudende (bijlage D-139, ordner 7 “Documenten D-101 t/m D-223”, p. 2193-2195):
Een proces-verbaal van verhoor van een getuiged.d. 16 januari 2013 van de Belastingdienst/FIOD met nr. G04-03. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 5 “VD (concept) GET p. 1402-1414):
Een proces-verbaal van verhoor van een verdachted.d. 18 december 2012 van de Belastingdienst/FIOD met nr. V01-02. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 4 "VD", p. 785 e.v.):
Een proces-verbaal van verhoor van een verdachted.d. 18 december 2012 van de Belastingdienst/FIOD met nr. V01-03. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 4 “VD”, p. 831 e.v.):
Een geschrift, zijnde een ‘board resolutions [bedrijf 3] Limited d.d. 10 april 2008’, inhoudende (bijlage D-115, ordner 7 “Documenten D-101 t/m D-223”, p. 2099-2100):
Een geschrift, zijnde een ‘board resolution [bedrijf 3] Limited d.d. 10 april 2008’, inhoudende (bijlage D-117, ordner 7 “Documenten D-101 t/m D-223”, p. 2103-2104):
Een proces-verbaal van verhoor van een verdachted.d. 18 december 2012 van de Belastingdienst/FIOD met nr. V01-01. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 4 “VD”, p. 781):
Een proces-verbaal van verhoor van een verdachted.d. 18 december 2012 van de Belastingdienst/FIOD met nr. V01-02. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 4 “VD”, p. 802):
31.De verklaring van de verdachte.
in hoger beroepvan 23 maart 2022 verklaard – zakelijk weergegeven –:
Een geschrift,zijnde een afschrift van een e-mailwisseling van de verdachte d.d. 27 maart 2007, inhoudende (bijlage D-016 2/3, ordner 6 “Documenten D-001 t/m D-100”, p. 1591):
33.De verklaring van de verdachte.
Een proces-verbaal van ambtshandelingvan de Belastingdienst/FIOD, met nr. 48616, AH-48, d.d. 11 januari 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (Ordner 2 “AH”, p. 385 t/m 397):
Een proces-verbaal van verhoor van een getuiged.d. 21 mei 2012 van de Belastingdienst/FIOD met nr. G09-01. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (Ordner 5 “VD (concept) GET p. 1459-1469):
Het vierde cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Redelijke termijn
Slotsom